Conclusie
PROCUREUR-GENERAAL
BIJ DE
HOGE RAAD DER NEDERLANDEN
CONCLUSIE
Inkoop Diazepam
Inkoop Coffeïne
Inkoop Theofylline
Inkoop PVP-K30
Inkoop Kinine
Inkoop MDMA/XTC
Correctie bank
Ik had geen gezamenlijke huishouding met [betrokkene 1]. Zij woonde in haar huis en ik in het mijne. We gingen wel eens samen uit eten of ik gaf haar een bosje bloemen. Ik sliep af en toe bij haar. Wij aten dan niet samen. Zij werkte tot laat en dan ging ik daarna pas daarheen. Ik heb haar geen geld gegeven. Ik sliep ook regelmatig bij mijn dochter.”
Verondersteld wordt dat betrokkene een economische eenheid vormde met zijn partner [betrokkene 1] met wie hij samenwoont en uitgaven doet ten behoeve van een gemeenschappelijke huishouding. In het rapport wordt uitgebreid gemotiveerd waarop deze veronderstelling is gebaseerd. Het hof ziet, ook in hetgeen daaromtrent in hoger beroep is aangevoerd of door verdachtes partner tijdens haar verhoor bij de raadsheer-commissaris is verklaard, geen redenen om hieraan te twijfelen.”