Conclusie
Nummer20/02380
Inleiding
Het eerste middel
09-842564-16)
Parket bij de Hoge Raad
Het gerechtshof Den Haag had de verdachte veroordeeld tot 36 maanden gevangenisstraf wegens diefstal met geweld en bedreiging, waarbij het hof ten nadele van de verdachte had meegewogen dat hij eerder onherroepelijk was veroordeeld voor twee straatroven en witwassen, waarbij ook gebruik van een vuurwapen was betrokken.
De verdachte stelde cassatieberoep in tegen deze strafmotivering, omdat het hof zich had gebaseerd op een onjuist gelezen uittreksel Justitiële Documentatie waarin ten onrechte werd aangenomen dat de verdachte voor twee straatroven was veroordeeld en dat bij die eerdere feiten gebruik van een vuurwapen was gemaakt.
De Hoge Raad oordeelt dat het hof niet ten nadele van de verdachte mocht meewegen dat bij eerdere veroordelingen gebruik van een vuurwapen was gemaakt, daar dit niet uit de stukken bleek en het hof dit ambtshalve niet had mogen aannemen zonder dat dit aan de verdachte was voorgelegd.
Het middel slaagt en de Hoge Raad vernietigt de strafoplegging van het hof en wijst de zaak terug naar het hof Den Haag voor een nieuwe strafoplegging. Het tweede middel over schending van de redelijke termijn wordt niet behandeld wegens het slagen van het eerste middel.
Uitkomst: De Hoge Raad vernietigt de strafoplegging van het hof en wijst de zaak terug voor hernieuwde berechting.