ECLI:NL:PHR:2022:1106
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad bevestigt veroordeling wegens doodslag en diefstal met toewijzing schadevergoeding nabestaanden
De verdachte is door het hof Arnhem-Leeuwarden veroordeeld tot tien jaar gevangenisstraf wegens doodslag op het slachtoffer en diefstal van ongeveer €5150,- contant geld uit diens woning. Het hof baseerde de bewezenverklaring van de diefstal op het ontbreken van een aannemelijke verklaring voor de herkomst van het geld en op getuigenverklaringen over het contante geldbezit van het slachtoffer.
In cassatie werd alleen geklaagd over de bewezenverklaring van de diefstal en over de toewijzing van schadevergoeding aan nabestaanden voor de kosten van het bijzetten van de urn in China en de reis- en verblijfkosten van familieleden. De Hoge Raad concludeert dat het hof zijn oordeel begrijpelijk en voldoende gemotiveerd heeft en dat de kosten terecht als rechtstreeks gevolg van het strafbare feit zijn toegewezen.
De klachten over de motivering van het hof met betrekking tot de geldproblemen van de verdachte en de toewijzing van schadevergoeding falen. De Hoge Raad adviseert het cassatieberoep te verwerpen, waarmee het arrest van het hof in stand blijft.
Uitkomst: Het cassatieberoep wordt verworpen; de veroordeling tot tien jaar gevangenisstraf en de toewijzing van schadevergoeding blijven in stand.