Conclusie
Nummer20/00510
Inleiding
Het eerste middel
Verdedigingsbelang
Parket bij de Hoge Raad
De verdachte werd door het gerechtshof Den Haag veroordeeld tot een gevangenisstraf van drie maanden wegens handelen in strijd met de Wet wapens en munitie. De verdediging verzocht het hof om twee verbalisanten te horen over de rechtmatigheid van hun optreden, met name of er sprake was van een uitleveringsverzoek of een verhoor zonder cautie en zonder mogelijkheid tot raadpleging van een raadsman.
Het hof wees dit verzoek af, stellende dat onvoldoende was onderbouwd welk verdedigingsbelang werd geschaad. De verdediging voerde aan dat sprake was van onherstelbare vormverzuimen die uitsluiting van bewijs en strafvermindering rechtvaardigen, omdat het verhoor onrechtmatig was en de privacy van de verdachte was geschonden.
De procureur-generaal concludeert dat het hof de afwijzing van het getuigenverzoek onvoldoende heeft gemotiveerd, vooral gezien de nadere onderbouwing bij pleidooi. Daarom beveelt hij vernietiging van het arrest en terugwijzing van de zaak naar het hof voor een nieuwe beoordeling. Het tweede middel behoeft geen bespreking vanwege het slagen van het eerste middel.
Uitkomst: Het arrest van het hof wordt vernietigd en de zaak wordt terugverwezen voor nieuwe beoordeling van het getuigenverzoek.