ECLI:NL:PHR:2021:968
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkheid cassatieberoep wegens niet tijdig indienen schriftuur
De verdachte werd door het Gerechtshof 's-Hertogenbosch veroordeeld wegens feitelijke leiding geven aan witwassen en valsheid in geschrift, met een geheel voorwaardelijke gevangenisstraf en taakstraf. Tegen dit arrest stelde de verdachte cassatieberoep in bij de Hoge Raad.
De aanzegging van het cassatieberoep werd op 6 november 2020 persoonlijk betekend. Echter, binnen de wettelijk voorgeschreven termijn van zestig dagen werd door de raadsman van de verdachte geen schriftuur met middelen van cassatie ingediend.
Op grond van artikel 437, tweede lid, van het Wetboek van Strafvordering kan de Hoge Raad de verdachte in dat geval niet in zijn cassatieberoep ontvangen. De Procureur-Generaal concludeert daarom tot niet-ontvankelijkheid van het cassatieberoep, waarmee het beroep wordt afgewezen zonder inhoudelijke behandeling.
Uitkomst: Het cassatieberoep van de verdachte wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens het niet tijdig indienen van de schriftuur.