Conclusie
PROCUREUR-GENERAAL
BIJ DE
HOGE RAAD DER NEDERLANDEN
CONCLUSIE
als relaas van de betreffende opsporingsambtenaren:
Wij, verbalisanten [verbalisant 1] , brigadier van politie Eenheid Den Haag en [verbalisant 2] , verklaren het volgende:
Op 16 september 2019 werden wij binnengelaten in de woning van de [a-straat 1] te [plaats] . In de woonkamer hoorden wij dat aangever [betrokkene 1] aan ons vertelde dat zij op maandag 16 september 2019 in de woning door haar dochter [verdachte] was bedreigd met een mes en was mishandeld waardoor zij een wondje bij haar mond had. Wij zagen een wondje te hoogte van de mond van aangever. Wij zijn naar de kamer van verdachte gegaan. Ik, verbalisant [verbalisant 1] , deelde de verdachte direct mede dat zij was aangehouden, omdat zij haar moeder zou hebben mishandeld. Ik probeerde de verdachte, nadat ik haar had gezegd dat zij was aangehouden, uit te leggen dat zij mee moest komen, echter viel zij mij telkens in de rede en bleef zij op haar bed zitten. Ik pakte haar daarna met mijn rechterhand vast bij haar linker bovenarm en zei haar dat ze moest opstaan. Ik voelde en zag dat zij de arm wegtrok, kennelijk omdat zij op het bed wilde blijven zitten. Hierna trok ik de verdachte aan haar linker bovenarm naar boven om haar te laten staan. Ik voelde dat zij de arm weer terug trok. Hierna gebruikte ik meer kracht en trok de verdachte van het bed. Ik zag en voelde dat zij zich met alle kracht los trachtte te rukken. Ik pakte de verdachte naast haar linkerarm ook bij haar haar en drukte haar tegen de muur. Hierop hebben wij de verdachte de transportboeien omgedaan.”
highvan de lachgas zit, begint, de agent al aan haar te trekken. Hij stuit op weerstand, slaat de ballon weg uit de mond van mijn cliënte en begint aan haar te trekken. Mijn cliënte heeft verklaard dat de agenten zomaar haar kamer in kwamen. Zij hadden anders moeten handelen, nu er geen sprake was van een dreigende situatie. De agenten weten uit ervaring dat een lachgasroes slechts van korte duur is en hadden beter even kunnen wachten tot mijn cliënte weer haar focus terug had en haar dan kunnen aanhouden. Derhalve ben ik van mening dat de verbalisanten niet in rechtmatige uitoefening van hun functie verkeerden en dat mijn cliënte dientengevolge ook ter zake van de tenlastegelegde wederspannigheid dient te worden vrijgesproken.
Indien u toch tot een veroordeling komt, vraag ik u rekening te houden met de jonge leeftijd van mijn cliënte, het feit dat haar moeder spijt heeft van wat er is gebeurd en de verregaande gevolgen die dit voor mijn cliënte heeft gehad. Mijn cliënte moet, voor zichzelf zorgen. Zij probeert haar leven op orde te krijgen en zij is niet meer werkzaam in de prostitutie. Ik verzoek u in het geval van een veroordeling mijn cliënte schuldig te verklaren zonder oplegging van straf of maatregel.”
Nadere overwegingDe verdediging heeft ter terechtzitting in hoger beroep - kort en zakelijk weergegeven - aangevoerd dat de verbalisanten bij de aanhouding van de verdachte niet in de rechtmatige uitoefening van hun functie hebben gehandeld. De verbalisanten hadden de rust moeten nemen om de verdachte uit haar zogenoemde high - veroorzaakt door het gebruik van lachgas - te laten komen.
Het hof overweegt hieromtrent als volgt.
Uit het proces-verbaal van aanhouding blijkt dat de verdachte niet meewerkte aan, en zich verzette bij haar aanhouding. Het hof is van oordeel dat in een situatie als onderhavige niet van de verbalisanten kan worden verwacht dat zij rekening houden met het lachgasgebruik van de verdachte en de uitwerking daarvan, alvorens zij over gaan tot aanhouding van de verdachte. Het hof is derhalve van oordeel dat de verbalisanten handelden in de rechtmatige uitoefening van hun functie.
Het hof verwerpt derhalve het verweer.”
BevindingenOp maandag 16 september 2019 omstreeks 16.50 bevonden wij ons, in uniform gekleed en met herkenbare autosurveillance belast, in het bureau van politie te [plaats] . Op dag en tijd voornoemd werden wij door personeel van de politiemeldkamer gestuurd naar de [a-straat 1] te [plaats] , alwaar de meldster door haar dochter zou zijn bedreigd met een mes.
Onmiddellijk gingen wij naar het opgegeven adres.
Wij werden vrijwillig binnengelaten in de woning door de meldster, bewoonster en aangever van de [a-straat 1] , genaamd [betrokkene 1] , geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1973.
Ik, verbalisant [verbalisant 1] , probeerde de verdachte, nadat ik haar had gezegd dat zij was aangehouden, uit te leggen dat zij mee moest komen, echter viel zij mij telkens in de rede en bleef zij op haar bed zitten. Ik pakte haar daarna met mijn rechterhand vast bij haar linker bovenarm en zei haar dat ze moest opstaan. Ik voelde en zag dat zij de arm wegtrok, kennelijk omdat zij op het bed wilde blijven zitten. Hierop heb ik een tik op de ballon gegeven die in haar mond zat, waarna de ballon knapte. Hierna trok ik de verdachte aan haar linker bovenarm naar boven om haar te laten staan. Ik voelde dat zij de arm weer terugtrok. Hierna gebruikte ik, verbalisant [verbalisant 1] , meer kracht en trok de verdachte van het bed. Ik zag en voelde dat zij zich met alle kracht los trachtte te rukken. Ik, verbalisant [verbalisant 1] , pakte de verdachte naast haar linkerarm ook bij haar haar en drukte haar tegen de muur. Hierop hebben wij de verdachte de transportboeien omgedaan.
Tijdens het naar buiten brengen vanuit de woning zagen wij en hoorden wij dat de verdachte hysterisch schreeuwde en zich buiten in elkaar liet zakken. Wij hoorden dat de verdachte schreeuwde dat zij was geslagen. Zij doelde daarbij kennelijk op mij, verbalisant [verbalisant 1] . Wij zagen dat de verdachte zich in de dienstauto ook hysterisch gedroeg en tijdens de rit naar het politiebureau rustiger werd. Wij hoorden dat de verdachte tegen ons zei dat zij thuis stelselmatig wordt mishandeld en dat haar moeder erachter was gekomen dat zij prostituee is.”