Conclusie
1.Feiten en procesverloop
substrat & plant-nutrition, aan [verweerder 6] het volgende gerapporteerd:
Pflanzenschutzdienstvan de
LandwirtschaftskammerNordrhein-Westfalen aan Profound geschreven:
Resümee
je eigenlijk geen keus hebt, omdat er niet goed aan nieuwe stekken is te komen” en “
er is maar een klein tijdsbestek waarin je stekken kunt steken”. [betrokkene 1] heeft eveneens verklaard dat het niet meteen een optie is geweest om alles weg te gooien, omdat je dat niet zomaar hebt vervangen door een nieuwe stek. Hij heeft er daarbij op gewezen dat er een heel korte periode is, waarin het stek geleverd kan worden. (…) Ook hierom is het hof van oordeel dat [verweerders] er geen verwijt van gemaakt kan worden dat zij geen nieuwe stek heeft besteld om daarmee haar schade te beperken.”
2.Bespreking van het cassatiemiddel
Onderdeel 1.2klaagt dat het hof deze vraag in de rov. 2.29-2.33 van het eindarrest niet, althans niet kenbaar, bij de waardering en tussenconclusies ten aanzien van de eerder in de rov. 2.2-2.28 van het eindarrest weergegeven bewijsthema’s en getuigenverklaringen heeft betrokken.
Onderdeel 1.3klaagt dat het hof in het bijzonder een onjuist, onbegrijpelijk dan wel onvoldoende gemotiveerd oordeel heeft gegeven in het licht van de getuigenverklaring van [betrokkene 1] , die inhoudt dat [verweerder 6] welbewust de beslissing heeft genomen om de stekken in de grond te zetten, [4] wat het hof in zijn samenvatting van de verklaring in rov. 2.41 heeft weggelaten. Het onderdeel klaagt dat het hof, door de verklaring van [betrokkene 1] onvolledig samen te vatten, de vraag of al dan niet sprake is van risicoaanvaarding aan de zijde van [verweerder 6] onbeantwoord heeft gelaten. In het verlengde hiervan is volgens het onderdeel tevens onbegrijpelijk dat het hof de risicoaanvaarding niet heeft betrokken bij de conclusie in rov. 2.59 en evenmin bij het oordeel dat de geleverde stekken gebrekkig waren. Blijkens de verklaring van [betrokkene 1] waren de stekken volgens de klacht immers in elk geval niet dusdanig gebrekkig dat ervan is afgezien ze te steken.
Onderdeel 1.4herhaalt de voorgaande klachten in iets andere woorden.
je eigenlijk geen keus hebt, omdat er niet goed aan nieuwe stekken is te komen”. Deze overwegingen kunnen het oordeel van het hof dat geen sprake is van eigen schuld van [verweerder 6] zonder meer dragen, ook wat betreft de stelling dat [verweerder 6] , door de stekken in de grond te steken, het risico heeft aanvaard dat de stekken niet behoorlijk zouden uitgroeien. Een en ander komt immers erop neer dat [verweerder 6] praktisch gesproken geen andere keuze had dan de stekken te planten, ook al bestond het risico dat dit geen behoorlijk resultaat zou hebben.
Onderdeel 2.1voert aan dat uit de getuigenverklaringen van [verweerder 6] en met name uit de in onderdeel 1.3 weergegeven verklaring van [betrokkene 1] , evident blijkt dat [verweerder 6] het risico van een minder (bewortelings- of) kweekresultaat heeft aanvaard. Betoogd wordt dat daarmee het (beroep op een) exoneratiebeding niet meer ter zake doet, “omdat met die risicoaanvaarding het onrechtmatige karakter of het karakter van wanprestatie aan een bepaalde gedraging is ontnomen”, en dat [verweerder 6] zodoende zijn beroep op vernietigbaarheid heeft prijsgegeven, te weten door het risico van een minder (bewortelings- of) kweekresultaat op zich te nemen. Het onderdeel bevat de klacht dat het hof dit heeft miskend en dat het daarmee in de bestreden overwegingen een rechtens onjuist dan wel onvoldoende gemotiveerd oordeel heeft gegeven.
uit eigen bewegingterug te nemen, wat hij niet heeft gedaan. Dat overweegt het hof immers opnieuw en daar met zoveel woorden in rov. 2.94.