Conclusie
PROCUREUR-GENERAAL
BIJ DE
HOGE RAAD DER NEDERLANDEN
CONCLUSIE
€ 200,-, subsidiair 4 dagen hechtenis, met een proeftijd van 1 jaar. Ook heeft het hof de benadeelde partij niet-ontvankelijk verklaard in haar vordering.
Het middel
Parket bij de Hoge Raad
De verdachte werd door het gerechtshof Amsterdam veroordeeld voor mishandeling en vernieling, waarbij zij een insectenspray in het gezicht van het slachtoffer spoot nadat deze een briefje van haar scooter had verwijderd. Het hof verwierp het beroep op noodweer omdat de gedragingen van het slachtoffer niet als een ogenblikkelijke wederrechtelijke aanranding werden gezien.
De verdachte stelde in cassatie dat het hof onvoldoende inzicht gaf in de reden voor verwerping van het noodweerberoep. Volgens de verdachte was sprake van een directe bedreiging toen het slachtoffer het briefje uit haar hand rukte en zij zich met de insectenspray verdedigde.
De Hoge Raad oordeelde dat het hof zijn oordeel onvoldoende had gemotiveerd en niet duidelijk had gemaakt waarom het beroep op noodweer werd verworpen. Het hof had niet toegelicht of de feitelijke toedracht niet aannemelijk was, of dat de gedragingen niet voldeden aan de criteria van een ogenblikkelijke wederrechtelijke aanranding.
Daarom vernietigde de Hoge Raad het arrest voor zover het mishandeling betrof en de strafoplegging, en verwees de zaak terug naar het hof Amsterdam voor een nieuwe beoordeling. De overige onderdelen van het arrest bleven in stand.
Uitkomst: Het arrest van het hof wordt vernietigd wegens onvoldoende motivering van de verwerping van het noodweerverweer en de zaak wordt terugverwezen voor hernieuwde beoordeling.