Conclusie
1.Inleiding
2.Bespreking van het cassatiemiddel
eerste klachtbetoogt dat op grond van het wettelijk systeem niet kan worden gevergd dat de waargenomen notaris een dergelijke actie onderneemt, aangezien hij erop mag vertrouwen dat de waarneming na één jaar eindigt en dat een dergelijk verzoek aan de Minister niet bij wet is geregeld (zie onder 33 van het middel). De
tweede klachtbetoogt dat de kamer voor het notariaat niet ambtshalve een oordeel kan geven over de wenselijkheid van ontheffing van de termijn van één jaar op grond van art. 29 lid 4 Wna Pro. De waargenomen notaris dient bij een dergelijk voornemen te worden gehoord. [1] Het middel stelt zich op het standpunt – zo begrijp ik – dat het hof een en ander heeft miskend, althans dat het oordeel van het hof tegen deze achtergrond onvoldoende begrijpelijk is gemotiveerd.