Conclusie
1.Inleiding
2.Feiten
hof). [1]
camper) zou ombouwen naar een camper.
[A]), heeft op 6 maart 2018 een per post gespecificeerde begroting opgesteld van de herstelkosten, voor een totaalbedrag van € 16.795,-- inclusief btw.
DEKRA) op 22 februari 2018 een rapport uitgebracht. Bij dit onderzoek is DC niet betrokken. DEKRA concludeert als volgt:
ZNEB) op verzoek van [eiser] een onderzoek ingesteld naar de door [eiser] gestelde gebreken aan de camper. Het onderzoek heeft plaatsgevonden op de locatie van [A] . Bij de expertise waren aanwezig [eiser] en [A] . Ten aanzien van de betrokkenheid van DC wordt in het rapport het volgende opgemerkt:
3.Procesverloop
In eerste aanleg
kantonrechter) een comparitie van partijen bevolen. [2] De comparitie heeft plaatsgevonden op 22 november 2018. Voorafgaand aan de comparitie heeft [eiser] nog producties overgelegd. De griffier heeft aantekeningen gemaakt van hetgeen is besproken.
In cassatie is nog slechts van belang het oordeel van het hof over de grieven 1 en 9, die volgens het hof falen omdat [eiser] over de onderwerpen die in die grieven aan de orde zijn (kort gezegd: de afwerking van de kastdeurtjes ‘doorlopend met alu trim’ en de locatie van het dakluik) te laat (niet binnen bekwame tijd als bedoeld in art. 7:23 lid 1 BW Pro) zou hebben geklaagd:
grief 1klaagt [eiser] over het oordeel van de kantonrechter dat uit de omschrijving in de offerte “
bovenkasten achter, links en voorzijde doorlopend met alu trim” niet kan worden opgemaakt dat er geen onderbreking tussen de kastdeurtjes mocht zitten. Van een gebrek is volgens de kantonrechter geen sprake. Deze grief faalt op grond van het navolgende. Ingevolge artikel 7:23 lid 1 BW Pro kan een koper er geen beroep meer op doen dat hetgeen is afgeleverd niet aan de overeenkomst beantwoordt, indien hij de verkoper niet binnen bekwame tijd nadat hij dit heeft ontdekt of redelijkerwijs had behoren te ontdekken hiervan in kennis heeft gesteld. Ten aanzien van consumentenkoop wordt een termijn van twee maanden na de ontdekking nog als tijdig beschouwd. De strekking van deze bepaling is dat de verkoper zo snel als mogelijk kennis draagt van de gestelde gebreken en dat hij beschermd wordt tegen late en daardoor moeilijk te betwisten klachten.
wel zes zeven centimeter uit elkaar lagen. Ook aan onze wens dat de zilverkleurige strips tot aan de onderkant zouden reiken is niet voldaan.” Naar aanleiding daarvan heeft DC (blijkbaar) gevraagd om een lijst met alle gebreken, getuige de e-mail van 19 juli 2017 van [eiser] aan DC (...)
n.a.v. de navolgende lijst waar je om hebt gevraagd. (...)” In deze lijst van gebreken keert het punt van de keukenkastjes en alu trim niet terug. Mede gelet op deze chronologische gang van zaken en de strekking van artikel 7:23 BW Pro, te weten het bieden van duidelijkheid aan de verkoper ten aanzien van eventuele opleveringsgebreken, alsmede in aanmerking genomen dat [eiser] tussen 20 juni 2017 en 19 juli 2017 met de camper op vakantie was geweest, mocht DC erop vertrouwen dat de gebrekenlijst van 19 juli 2017 volledig was, en dat deze de lijst van 20 juni 2017 verving. Het eerstvolgende moment waarop [eiser] aan DC kenbaar heeft gemaakt het niet doorlopen van de kastjes en de alu trim als een gebrek te beschouwen was met het rapport van DEKRA in januari 2018. Dit is meer dan zes maanden na oplevering en ook meer dan zes maanden na 20 juni 2017, en derhalve te laat.
Grief 9is gericht tegen het oordeel van de kantonrechter dat ten aanzien van (de plaatsing van) het dakluik geen sprake is van een gebrek. Ter toelichting op deze grief stelt [eiser] dat met DC was overeengekomen dat dit dakluik met ingebouwde ventilator boven de kookplaat gemonteerd zou worden. [eiser] heeft verder ter comparitie in eerste aanleg verklaard dat in zijn bijzijn door een medewerker van DC met een stift een kruis op de plek van het dak van de camper is geplaatst waar het dakluik met ventilator moest komen. [eiser] stelt dat DC zonder verder overleg het dakluik toch in het midden van het dak heeft geplaatst.
uithet midden. Zij stelt – blijkens de weergave in het proces-verbaal – dat zij om constructieve redenen ervoor heeft gekozen het dakluik toch in het midden te plaatsen. Wat hiervan ook zij, de grief faalt omdat [eiser] te laat heeft geklaagd. In zijn e-mail van 20 juni 2017 heeft [eiser] een aantal nieuwe klachten naar voren gebracht ten opzichte van de e-mail van 5 juni 2017. Daarbij heeft hij voor het eerst aangegeven dat niet was voldaan aan zijn wens “
om het voorste dakluik meer opzij, meer boven de keuken aan te brengen”. Naar aanleiding daarvan heeft DC (blijkbaar) gevraagd om een lijst met alle gebreken, getuige de e-mail van 19 juli 2017 van [eiser] aan DC (...)
n.a.v. de navolgende lijst waar je om hebt gevraagd. (...)” In deze lijst van gebreken keert het punt van de plaats van het dakluik niet terug. Mede gelet op deze chronologische gang van zaken, gelet op de strekking van artikel 7:23 BW Pro – te weten het bieden van duidelijkheid aan de verkoper ten aanzien van eventuele gebreken –, en ten slotte in aanmerking genomen dat [eiser] tussen 20 juni 2017 en 19 juli 2017 met de camper op vakantie is geweest en de camper dus uitgebreid heeft kunnen beoordelen, mocht DC erop vertrouwen dat de gebrekenlijst van 19 juli 2017 volledig was, en dat deze de lijst van 20 juni 2017 verving. Dit geldt te meer nu [eiser] op 20 juni 2017 slechts melding maakte van een door hem geuite wens, en hij niet stelt dat door DC was toegezegd die wens te honoreren. Het eerstvolgende moment waarop [eiser] aan DC kenbaar heeft gemaakt de plaatsing van het dakluik als een gebrek te beschouwen was met het rapport van DEKRA in januari 2018. Dit is meer dan zes maanden na oplevering en ook meer dan zes maanden na 20 juni 2017 en derhalve te laat.”
4.Bespreking van het cassatiemiddel
Inleiding
lex specialisvan de klachtplicht die is opgenomen in art. 6:89 BW Pro. [5] In verband met de vooropstelling door het hof in rov. 3.5 van het arrest dat in casu tussen [eiser] en DC sprake is van een gemengde overeenkomst, waarop zowel de artikelen betreffende consumentenkoop (art. 7:5 e.v. BW) als die betreffende aanneming van werk (art. 7:750 e.v. BW) van toepassing zijn, merk ik nog op dat in de titel over aanneming van werk ook een bijzondere klachtplicht is opgenomen in art. 7:758 lid 1 en Pro lid 3 BW. [6] Ik kan dat verder laten rusten, nu het hof art. 7:23 lid 1 BW Pro heeft toegepast.
[… 1] / [… 2]uit 2006 ontkennend beantwoord: [9]
Daarom is het hof, dat niet ambtshalve toepassing mocht geven aan het bepaalde in art. 6:89 BW Pro, inderdaad buiten de grenzen van de rechtsstrijd getredendoor [… 1] op grond van deze bepaling het recht te ontzeggen nog een beroep te doen op het gebrek in de prestatie van [… 2] v.o.f. Onderdeel 2.2 behoeft geen behandeling meer.”
[onderstreping toegevoegd, A-G]
[...] /Van Lanschotuit 2013 heeft de Hoge Raad bevestigd dat art. 7:23 BW Pro en art. 6:89 BW Pro alleen door de rechter kunnen worden toegepast als de verkoper (schuldenaar) het verweer voert dat niet tijdig is geklaagd als bedoeld in die bepalingen: [10]
LJNBB3733,
NJ2008/552 (
A/B) dat de stelplicht en bewijslast met betrekking tot de vraag of tijdig is geklaagd als bedoeld in art. 6:89 en Pro 7:23 BW op de schuldeiser respectievelijk de koper rusten (hierna verder tezamen: de schuldeiser). Daartoe bestaat evenwel geen grond. Het ging in genoemd arrest, voor zover hier van belang, om de vraag op wie de bewijslast rustte ter zake van een door de schuldeiser gesteld telefoongesprek waarin hij over de prestatie zou hebben geklaagd.
de in dat arrest bedoelde stelplicht en bewijslast pas aan de orde komen indien de schuldenaar respectievelijk de verkoper (hierna verder tezamen: de schuldenaar) het verweer voert dat niet tijdig is geklaagd als bedoeld in genoemde artikelen. Voert de schuldenaar dit verweer niet, dan kunnen art. 6:89 en Pro 7:23 BW niet worden toegepast (vgl. HR 20 januari 2006,LJNAU4122,NJ2006/80). Voert de schuldenaar dit verweer wel, dan dient de schuldeiser, zoals is beslist in het arrest
A/B, gemotiveerd te stellen en zo nodig te bewijzen dat en op welk moment is geklaagd. Of die klacht tijdig in de zin van de art. 6:89 en Pro 7:23 BW is geweest, hangt verder af van de overige omstandigheden van het geval (vgl. het heden uitgesproken arrest van de Hoge Raad in de zaak met nr. 11/05318,
LJNBY4600).
[...] /Van Lanschotis een jaar later door de Hoge Raad bevestigd in het arrest
Far Trading/Edco II: [11]
De stelplicht en bewijslast met betrekking tot de vraag of tijdig is geklaagd als bedoeld in de art. 6:89 en Pro 7:23 BW komen pas aan de orde indien de schuldenaar (verkoper) het verweer voert dat niet tijdig is geklaagd als bedoeld in genoemde artikelen. Voert de schuldenaar dit verweer niet, dan kunnen de art. 6:89 en Pro 7:23 BW niet worden toegepast.Voert hij dit verweer wel, dan dient de schuldeiser (koper) gemotiveerd te stellen en zo nodig te bewijzen dat en op welk moment is geklaagd. Het antwoord op de vraag of die klacht tijdig in de zin van genoemde bepalingen is geweest, hangt verder af van de overige omstandigheden van het geval. (Zie voor het zojuist overwogene HR 8 februari 2013, ECLI:NL:HR:2013:BX7195,
[...] /Van Lanschot.)”
Grindacc-arrest van de Hoge Raad uit 2017: [16]
moeteninlezen. Dit zou ook op gespannen voet staan met de belangen van de wederpartij (de schuldeiser) die – nadat door de schuldenaar een beroep op de klachtplicht is gedaan – dient te stellen en zo nodig te bewijzen dát en op welk moment door haar is geklaagd (…).”
an sich” goed is en dat er prima duizenden kilometers mee kunnen worden gereden, maar dat de werkzaamheden voor een groot deel ondermaats zijn en dat bepaalde gebreken gevaarlijke situaties zouden opleveren. [19] Uit die stellingen kan worden opgemaakt dat [eiser] het betoog van Dutch Campers heeft opgevat als een beroep op het niet tijdig voldoen aan de klachtplicht, zodat de beslissing van het Hof ook in zoverre alleszins begrijpelijk is.
[cursivering in origineel, voetnoten overgenomen uit origineel, A-G]
Uit de motivering van het arrest blijkt ook niet dat (en op welke gronden) het hof een dergelijk beroep op art. 7:23 BW Pro in de gedingstukken zijdens DC heeft gelezen. In dat licht is het hof mijns inziens buiten de grenzen van de rechtsstrijd getreden door toepassing te geven aan art. 7:23 BW Pro.
googelt’[goochelt, A-G] met het aantal.
26.000 kilometermet de tot camper omgebouwde bestelbus heeft gereden nadat deze op 12 juni 2017 APG [APK, A-G] werd (goed)gekeurd. Immers, ten tijde van de APK-keuring op 12 juni 2017 had de bus ruim 131.000 kilometer gereden, ten tijde van het Dekra onderzoek was er krap 143.000 kilometer met de bus gereden en noteerde ZNEB een kilometerstand van krap 157.000 kilometer ten tijde van haar onderzoek op 29 maart 2019. Uit het feit dat [eiser] ruim 26.000 kilometer heeft gereden met de tot camper omgebouwde bestelbus volgt naar het oordeel van Dutch Campers dat er absoluut geen sprake kan zijn (geweest) van ‘slecht’ werk dan wel van een ‘gevaarlijke’ situatie zoals [eiser] bij herhaling blijft stellen. Voorst [Voorts, A-G] heeft dit feit tot gevolg dat ieder (causaal) verband tussen de gestelde gebreken en het geleverde werk ontbreekt.”
[onderstreping, cursivering en vetgedrukt in origineel, zonder voetnoten uit origineel, A-G]
Grindacc-arrest van de Hoge Raad (zie onder 4.6 hiervoor) nog aanteken dat de rechter een dergelijk beroep ook niet te gemakkelijk in de gedingstukken mag ‘inlezen’.
De verwijzing naar art. 6:89 BW Pro in de conclusie van antwoord zijdens DC , onder 4.10 betreft evident een verschrijving. [20] DC bestrijdt in die passage immers de subsidiaire vordering van [eiser] die ziet op vervangende schadevergoeding ex art. 6:8
7BW. [21] Uit hetgeen [eiser] heeft opgemerkt in de “Akte in appel, par. 7” [22] kan ook geenszins worden afgeleid dat [eiser] het betoog van DC in de memorie van antwoord zou hebben opgevat als een beroep op de klachtplicht ex art. 7:23 lid 1 BW Pro. In de desbetreffende paragraaf van die akte staat het volgende: [23]
Grief I3.1. Dutch Campers herhaalt dat zij met [eiser] overeenkwam dat de bovenkasten achter, links en voorzijde ‘doorlopend’ zou monteren. Niet is overeengekomen dat de strippen op de kast ook zouden ‘doorlopen’. Er is naar het oordeel van Dutch Campers geen sprake van een gebrek maar van een verschil in inzicht of smaak. [25] [eiser] (of ZNEB wat dat betreft) onderbouwt de gestelde afspraak ook niet nader.
doorlopend met alu trim’- is helder. De aluminium trim op de kastjes zouden doorlopend -dus zonder onderbreking- moeten zijn. Bij de allereerste kennismaking werden door Dutch Campers als voorbeeld de doorlopende aluminium strips getoond. Dat was overtuigend en doorslaggevend om voor Dutch Campers te kiezen.
productie 32worden [wordt, A-G] een aantal foto’s van de huidige website van Dutch Campers overgelegd waarop duidelijk een doorlopende aluminium strip te zien is. Deze voorbeelden zoals deze door Dutch Campers bij de allereerste kennismaking aan [eiser] getoond, wijken sterk af van het geleverde eindresultaat in de camper van [eiser] (vergelijk met foto 1, 2 en 3 van het expertiserapport van ZNEB [), A-G]. Er is derhalve wel degelijk sprake van een gebrek.
we waren er allemaal wel bij. Er is gesprek geweest dat ie uit het midden moet zijn.” (vide het proces-verbaal dat als productie 3 bij de memorie van grieven is overgelegd).
Onderdeel A treft dus doel.