AI samenvatting door Lexboost • Automatisch gegenereerd
Bevestiging arrest gerechtshof inzake klachtplicht bij non-conformiteit koopovereenkomst
In deze zaak heeft eiseres B.V. cassatieberoep ingesteld tegen het arrest van het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden inzake een geschil over non-conformiteit van een koopovereenkomst en de daarbij behorende klachtplicht. De curator in het faillissement van de wederpartij trad op als verweerder in cassatie.
De Hoge Raad verwijst voor het procesverloop naar eerdere vonnissen van de rechtbank Overijssel en het arrest van het gerechtshof. De klachten van eiseres in het cassatieberoep worden niet ontvankelijk verklaard omdat deze niet leiden tot beantwoording van rechtsvragen die van belang zijn voor rechtseenheid of rechtsontwikkeling.
De Hoge Raad bevestigt het arrest van het gerechtshof en wijst het cassatieberoep af. Tevens wordt eiseres veroordeeld in de kosten van het geding in cassatie, begroot op een bedrag van € 4.249,34.
Deze uitspraak bevestigt de toepassing van de klachtplicht zoals neergelegd in artikel 6:89 enPro 7:23 BW bij non-conformiteit in koopovereenkomsten en benadrukt het belang van het tijdig kenbaar maken van gebreken door de koper.
Uitkomst: Het cassatieberoep van eiseres wordt verworpen en het arrest van het gerechtshof wordt bekrachtigd.
Uitspraak
HOGE RAAD DER NEDERLANDEN
CIVIELE KAMER
Nummer18/02864
Datum18 oktober 2019
ARREST
In de zaak van
[eiseres] B.V., voorheen [eiseres] B.V., gevestigd te [vestigingsplaats],
EISERES tot cassatie,
hierna: [eiseres],
advocaat: mr. J. de Jong van Lier,
tegen
Philip Edward Marcel SCHOL, in zijn hoedanigheid van curator in het faillissement van [betrokkene 1] , voorheen h.o.d.n. [A] , kantoorhoudende te Enschede,
VERWEERDER in cassatie,
hierna: de curator,
advocaat: mr. J.H.M. van Swaaij.
1. Procesverloop
Voor het verloop van het geding in feitelijke instanties verwijst de Hoge Raad naar:
a. de vonnissen in de zaak C/08/153087/HA ZA 14-127 van de rechtbank Overijssel van 11 februari 2015, 29 april 2015, 30 september 2015 en 15 juni 2016;
b. het arrest in de zaak 200.198.504 van het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden van 3 april 2018.
[eiseres] heeft tegen het arrest van het gerechtshof beroep in cassatie ingesteld. De curator heeft een verweerschrift tot verwerping ingediend.
De zaak is voor partijen toegelicht door hun advocaten, voor de curator mede door mr. J.M. Moorman.
De conclusie van de Advocaat-Generaal G.R.B. van Peursem strekt tot verwerping van het cassatieberoep.
De advocaat van [eiseres] heeft schriftelijk op die conclusie gereageerd.
2.Beoordeling van het middel
De in het middel aangevoerde klachten kunnen niet tot cassatie leiden. Dit behoeft, gezien art. 81 lid 1 ROPro, geen nadere motivering nu de klachten niet nopen tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.
3.Beslissing
De Hoge Raad:
verwerpt het beroep;
veroordeelt [eiseres] in de kosten van het geding in cassatie, tot op deze uitspraak aan de zijde van de curator begroot op € 2.049,34, aan verschotten en € 2.200,-- voor salaris.
Dit arrest is gewezen door de raadsheren A.M.J. van Buchem-Spapens, als voorzitter, M.J. Kroeze en C.H. Sieburgh, en in het openbaar uitgesproken door de raadsheer C.E. du Perron op 18 oktober 2019.