Conclusie
verzoekster tot cassatie,
advocaat: mr. K. Aantjes,
verweerder in cassatie,
advocaat: mr. J.W. de Jong en mede toegelicht door mr. J.B.B. Heinen.
1.Inleiding en samenvatting
2.Feiten en procesverloop
- dat de man met ingang van de datum van inschrijving van de echtscheiding bij vooruitbetaling een bedrag van € 621,- per maand aan de vrouw dient te voldoen als kinderalimentatie voor [kind];
- dat de man met ingang van de datum van inschrijving van de echtscheiding bij vooruitbetaling een bedrag van € 2.568,- per maand dient te voldoen als partneralimentatie;
- dat de man vanaf de datum van verkoop van de woning een bedrag van € 3.084,- per maand dient te voldoen als partneralimentatie;
- dat de man 50% van de vaste lasten van de woning blijft voldoen tot het moment van overdracht van de woning aan de vrouw of aan een derde.
3.Bespreking van het cassatiemiddel
Onderdeel Iis gericht tegen rov. 5.1 en rov. 5.20 t/m 5.37 en 5.49 t/m 5.53 van de bestreden beschikking, waarin het hof de kinder- en partneralimentatie heeft vastgesteld op lagere bedragen dan de door de rechtbank vastgestelde bedragen. Deze rechtsoverwegingen geven volgens het onderdeel blijk van een onjuiste rechtsopvatting, althans zijn onbegrijpelijk. Door de kinder- en partneralimentatie vast te stellen op bedragen die lager zijn dan de door de rechtbank vastgestelde bedragen, terwijl de man tegen die oordelen van de rechtbank niet heeft gegriefd, is het hof buiten de grenzen van de rechtsstrijd getreden, aldus het onderdeel.
De alimentatie dient vastgesteld te worden op basis van zijn inkomen.Het vermogen bestaande uit de erfenis en dergelijke, is alleen relevant als het verzoek zou zijn ingediend en beargumenteerd. Ik heb tot nu toe niets gehoord op grond waarvan de vrouw ook op dat vermogen zou kunnen interen. Ik vind het dan ook onredelijk wanneer de vrouw stelt dat de man geen of onvoldoende documentatie indient, terwijl de vrouw ook schaars is met het leveren van informatie.
Het inkomensverlies was niet vrijwillig en cliënt probeert dit te herstellen.In maart 2020 is zijn WW-uitkering aangevangen en sindsdien probeert hij weer werk te krijgen Deze verplichting hangt ook samen met de WW-uitkering.
Helaas is het tot nu toe niet gelukt om werk te vinden.
De draagkracht van de man is ook verminderd en aangegeven is waarom.Het is in onze ogen een poging van de vrouw om de bijdrage omhoog te krijgen.”
Hij heeft sinds de eerste gesprekken over de alimentatie al gezegd, dat hij ervoor zal zorgen dat er geen euro aan alimentatie betaald zal worden. In december 2019 heeft hij dit ook kenbaar gemaakt aan mij en gezegd dat hij zou stoppen met betalen. Hij was het niet eens met het bedrag. Vlak daarna is hij gestopt met werken. Hij verzoekt om nul euro te betalen.”
‘voor herstel vatbaar inkomensverlies'. Zie hiervoor ook HR 23 januari 1998, NJ 1998,707. Eerste vraag: is het verlies van inkomen herstelbaar? Ja, de man had in zijn baan kunnen blijven. Tweede vraag: Kan herstel van inkomen dan worden gevergd? Ja, de man had in zijn baan moeten blijven. De man heeft dit niet gedaan. Zijn arbeidsrechtadvocaat heeft hem vanzelfsprekend verteld dat zijn keuze financieel voor hem heel onvoordelig was. De man had in de periode voorafgaand en na de vaststellingsovereenkomst kunnen en moeten solliciteren naar een andere baan. Dat heeft hij ook niet gedaan. Het lijkt erop dat de man op een andere manier zijn inkomen genereert. Wellicht verhuurt hij het huis dat hij geërfd heeft. Daar heeft hij geen informatie over gegeven.
Omdat de man niet aantoont hoe hij zijn inkomensverlies compenseert, moet het inkomen van de man worden vastgesteld op het bedrag dat hij verdiende toen hij nog bij [A] werkte.
om nul euro te betalen”. Ook in het verweer van de vrouw ligt besloten dat zij er vanuit gaat dat de man het niet eens is met de vastgestelde alimentatie. De vrouw heeft dan ook voldoende gelegenheid gehad om zich tegen de nieuwe grief van de man te verweren. Het recht op hoor en wederhoor is niet geschonden.
reformatio in peiusniet geschonden. Het onderdeel faalt.