Conclusie
1.Inleiding
2.Feiten en procesverloop
bij decompensatie.
3.Bespreking van het cassatiemiddel
omdat ze een rol spelen bij bijna alle beslissingen die de zorgverantwoordelijke en de geneesheer-directeur nemen.” [4]
de voorbereiding, de uitvoering, de wijziging en de beëindiging van de maatregelde wensen en voorkeuren met betrekking tot de zorg worden vastgelegd. Hierbij kan de wils(on)bekwaamheid van betrokkene een rol spelen.
Het is aan de zorgverlener te bepalen of er sprake is van wilsbekwaamheid.Als betrokkene niet wilsbekwaam is of er is sprake van dreiging van acuut levensgevaar voor betrokkene zelf of voor een aanzienlijk risico voor een ander op levensgevaar, ernstig lichamelijk letsel, ernstige psychische, materiële, immateriële of financiële schade, ernstige verwaarlozing of maatschappelijke teloorgang, of om een ernstige schade in zijn ontwikkeling dan wel dat de algemene veiligheid van personen of goederen in gevaar is. In al die gevallen hoeft er met de wensen en voorkeuren van betrokkene geen rekening te worden gehouden. Het spreekt voor zich dat in een dergelijk geval wel de beginselen van proportionaliteit, subsidiariteit, doelmatigheid en veiligheid in acht genomen moeten worden bij het bepalen van de keuze welke vormen van verplichte zorg zullen worden toegepast.” [5]
Ten aanzien van de beoordeling van wilsbekwaamheid merkt de regering op dat in de Wvggz de wilsbekwaamheid wordt beoordeeld door de zorgverantwoordelijke. Deze voert immers ook de machtiging uit.In de Wzd vindt er een onafhankelijke toetsing plaats door een niet bij de zorg betrokken arts. In beide gevallen vindt er een onafhankelijke toetsing plaats, er wordt alleen een andere procedure gevolgd.” [6]
geldt in alle fasen van de procedure(zowel de voorbereiding,
de afgifte, de uitvoering als de beëindiging
vande (machtiging tot voortzetting van de) crisismaatregel of
de zorgmachtiging) en voor alle vormen van verplichte zorg. Vanwege het feit dat wilsbekwaamheid geen statisch karakter heeft en situatiespecifiek van aard is, moet dit per toepassing van verplichte zorg worden beoordeeld. Er wordt echter een grens gelegd bij acuut levensgevaar voor betrokkene: in dat geval wordt wilsbekwaam verzet niet zonder meer gerespecteerd. De wetgever rechtvaardigt dit met een verwijzing naar het suïcidepreventiebeleid, zonder verdere toelichting. (…). Daarnaast wordt wilsbekwaam verzet ook niet gerespecteerd indien sprake is van ernstig nadeel voor een ander. In de literatuur wordt met name op de uitzondering in geval van acuut levensgevaar voor betrokkene kritiek geuit, omdat hiermee in de praktijk in een groot deel van de gevallen alsnog voorbijgegaan kan worden aan wilsbekwaam verzet. Bovendien strookt dit niet met de Wet op de geneeskundige behandelingsovereenkomst (WGBO) en de regelingen over euthanasie en hulp bij zelfdoding.
steedsin acht moeten worden genomen. Dat volgt niet alleen uit de gelaagde structuur van de wet, maar ook uit de bewoordingen van diverse bepalingen. De betrokken uitgangspunten dienen dus tevens in acht te worden genomen bij een beslissing van de zorgverantwoordelijke op de voet van art. 8:9 lid 1 Wvggz Pro, ter uitvoering van een crisismaatregel, een machtiging tot voortzetting daarvan of een zorgmachtiging, tot verlening van een vorm van verplichte zorg waarvoor die maatregel of machtiging (mede) is genomen, respectievelijk verleend. Bij een klacht over een beslissing op de voet van art. 8:9 Wvggz Pro kan derhalve ook worden aangevoerd dat bij het nemen van die beslissing de uitgangspunten van hoofdstuk 2 niet in acht zijn genomen. Anders dan de rechtbank heeft overwogen, doet daaraan niet af dat hoofdstuk 2 van de wet niet wordt genoemd bij de klachtgronden van art. 10:3 Wvggz Pro, noch dat in art. 8:9 Wvggz Pro geen specifieke bepalingen uit dat hoofdstuk zijn vermeld.”