Betrokkene was op grond van een zorgmachtiging opgenomen in een accommodatie van GGZ Antes in Capelle aan den IJssel. De zorgverantwoordelijke vroeg de geneesheer-directeur om de zorg toe te wijzen aan GGZ Drenthe in Beilen, wat werd besloten. Betrokkene diende klachten in tegen deze beslissing wegens onvoldoende motivering en de impact van de overplaatsing.
De klachtencommissie verklaarde de eerste klacht gegrond wegens ontoereikende motivering, waarna de geneesheer-directeur opnieuw besloot de zorg toe te wijzen aan GGZ Drenthe. Betrokkene klaagde opnieuw, maar deze klacht werd ongegrond verklaard. Betrokkene startte vervolgens een procedure bij de rechtbank, die de klacht gedeeltelijk gegrond verklaarde voor het onderdeel motivering, maar de verwijzingsbeslissing inhoudelijk handhaafde vanwege het ontbreken van alternatieven dichter bij Rotterdam.
De Hoge Raad oordeelde dat de rechtbank onbegrijpelijk had geoordeeld dat geen serieus onderzoek naar alternatieven dichter bij Rotterdam nodig was, terwijl dit tijdens de zitting was toegezegd en betrokkene een duidelijke voorkeur daarvoor had geuit. Daarom vernietigde de Hoge Raad de beschikking en verwees de zaak terug voor verdere behandeling en beslissing.