ECLI:NL:PHR:2021:1003
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad bevestigt geen vermakelijkhedenretributie voor Beverwijkse Bazaar
De zaak betreft de vraag of de Beverwijkse Bazaar, een warenmarkt met verhuur van winkel- en horecaruimten, als vermakelijkheid kan worden aangemerkt voor de heffing van vermakelijkhedenretributie over de jaren 2012 en 2016. De gemeente Beverwijk legde aanslagen op omdat zij meende dat de Bazaar vermakelijkheden gaf. De Rechtbank Noord-Holland stelde de gemeente in het gelijk, maar het Hof Amsterdam vernietigde dit oordeel en stelde de Bazaar in het gelijk. Het Hof oordeelde dat de activiteiten op het terrein, waaronder ponyrijden, trampolinespringen en kermisattracties, te beperkt en van ondergeschikt belang waren ten opzichte van de hoofdfunctie winkelen.
In cassatie betoogde de gemeente dat het Hof het begrip vermakelijkheid te beperkt had uitgelegd en onvoldoende rekening had gehouden met het feit dat het publiek naar de Bazaar komt om amusement, ontspanning en vermaak te zoeken. De Hoge Raad bevestigt echter dat het Hof de juiste juridische maatstaf hanteerde, namelijk dat winkelen en eten op zichzelf geen vermakelijkheid vormen, tenzij daarnaast zodanige activiteiten worden aangeboden dat het publiek daarbij amusement of vermaak zoekt of vindt. Het Hof heeft de feiten zorgvuldig gewogen en geoordeeld dat de vermakelijkheden slechts een zeer beperkte oppervlakte van het terrein beslaan en dat de activiteiten van de huurders niet zonder meer aan de exploitant kunnen worden toegerekend.
De Hoge Raad acht deze feitelijke beoordeling niet onbegrijpelijk en ziet geen reden voor cassatie. De conclusie van de Advocaat-Generaal is dat het cassatieberoep van de gemeente ongegrond moet worden verklaard. Hiermee blijft het arrest van het Hof Amsterdam in stand, en wordt bevestigd dat de Beverwijkse Bazaar geen vermakelijkheden geeft in de zin van de vermakelijkhedenretributie. De zaak bevat uitgebreide jurisprudentie en literatuur over de definitie van vermakelijkheid en de toepassing van artikel 229 Gemeentewet Pro en de gemeentelijke verordening.
Uitkomst: Het cassatieberoep van de gemeente wordt ongegrond verklaard en het arrest van het Hof Amsterdam bevestigd dat de Beverwijkse Bazaar geen vermakelijkheden geeft.