Conclusie
PROCUREUR-GENERAAL
BIJ DE
HOGE RAAD DER NEDERLANDEN
CONCLUSIE
middelklaagt dat de bewijsmiddelen de bewezenverklaringen niet kunnen dragen.
Parket bij de Hoge Raad
De verdachte werd door het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden veroordeeld tot zes maanden gevangenisstraf wegens diefstal en diefstal met valse sleutels, waarbij hij een bankpas en pincode van een 80-jarige vrouw had weggenomen en daarmee €1250 had gepind.
De verdachte stelde in cassatie dat het bewijs, met name de herkenning door een verbalisant op foto’s, onvoldoende was omdat niet duidelijk was dat de foto’s betrekking hadden op het bewezenverklaarde delict. De Procureur-Generaal stelde echter dat uit het dossier blijkt dat de foto’s wel degelijk gerelateerd zijn aan de pintransactie met de bankpas van het slachtoffer.
De Hoge Raad concludeerde dat hoewel het bewijs niet zonder meer sluitend is, er geen twijfel kan bestaan over de relatie tussen de herkenningsfoto’s en het delict. De verdachte heeft daardoor onvoldoende belang bij het cassatieberoep en het wordt niet-ontvankelijk verklaard. Hiermee blijft het hofarrest in stand.
Uitkomst: Cassatieberoep niet-ontvankelijk verklaard wegens onvoldoende belang bij bewijsbedenkingen.