Uitspraak
1.Procesverloop in cassatie
2.Beoordeling van de ontvankelijkheid van het beroep
3.Beslissing
24 november 2020.
Hoge Raad
De zaak betreft een cassatieberoep tegen een arrest van het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden in een strafzaak over diefstal en diefstal met valse sleutels. Verdachte werd veroordeeld door het hof, waarna hij cassatie instelde. Namens verdachte diende advocaat J. Boksem een cassatiemiddel in. De advocaat-generaal adviseerde het beroep niet-ontvankelijk te verklaren.
De Hoge Raad heeft het beroep inhoudelijk beoordeeld en geoordeeld dat het cassatieberoep duidelijk niet kan slagen. Op grond van artikel 80a van de Wet op de rechterlijke organisatie heeft de Hoge Raad het beroep zonder verdere motivering niet-ontvankelijk verklaard.
Het arrest is gewezen door de vice-president J. de Hullu als voorzitter en raadsheren M.J. Borgers en J.C.A.M. Claassens. Het betreft een belangrijke toepassing van artikel 80a RO, waarmee de Hoge Raad kan volstaan met een niet-ontvankelijkverklaring zonder inhoudelijke motivering indien het beroep kansloos is.
Uitkomst: Het cassatieberoep is niet-ontvankelijk verklaard, waardoor de veroordeling van het hof in stand blijft.