2012 heb ik de gegeven van opnames voor huishoudgeld uit de uitgeleverde grootboekmutaties en brugstaten afgeleid. Uit deze gegevens kan worden afgeleid dat [verdachte] gemiddeld € 1.000,-per maand contant te besteden had voor privégebruik.
Antiek-groothandel [A] heeft volgens de inschrijving in het handelsregister en de gegevens van de Belastingdienst geen nevenvestiging. Uit de gegevens van de Belastingdienst en verklaringen van [verdachte] blijkt dat [A] twee werknemers in dienst heeft. Sinds maart 2013 heeft [betrokkene 2] een dienstverband met de eenmanszaak van zijn vader. Ook een neef van [verdachte] , [betrokkene 3] geboren [geboortedatum] 1973 te [geboorteplaats] , is in dienst bij [A] . (loopproces-verbaal p. 5-6).
3. Contant geld
(loopproces-verbaal p. 6) De verdenkingen met betrekking tot (gewoonte)witwassen door [verdachte] komen voort uit OVC, opgenomen in de antiekzaak van [verdachte] . Buiten het feit dat [verdachte] fungeerde als intermediair voor zijn zoon [betrokkene 2] , door het aannemen van boodschappen van allerlei mensen die bestemd waren voor [betrokkene 2] , bewaarde hij ook grote geldbedragen voor hem.
[verdachte] bewaarde/verborg dit geld in (de kluis van) zijn antiekzaak en had dit geld daardoor voorhanden en droeg het over aan de vertrouweling van zijn zoon. De persoon aan wie [verdachte] het geld overdroeg is [betrokkene 4] , geboren op [geboortedatum] 1976 te [geboorteplaats] . Hij is de rechterhand en medeverdachte van [betrokkene 2] en [verdachte] .
Brondocument: relaas van bevindingen van verbalisant [verbalisant 3] d.d. 12 februari 2015 (p. 15-33)
Tijdens het onderzoek Gutenberg werd in de antiekzaak van [verdachte] , [A] , [a-straat 1] te Eindhoven vertrouwelijke communicatie (OVC) opgenomen en af geluisterd. Uit een aantal OVC-gesprekken is gebleken dat [verdachte] wetenschap droeg van het feit dat zijn zoon [betrokkene 2] en [betrokkene 4] zich bezig hielden met de handel in verdovende middelen. De gesprekken worden hieronder kort samengevat weergegeven.
OVC-gesprek 11-10-2013. 16.10 uur (p. 15 en p. 20-21)
[verdachte] en [betrokkene 2] bevinden zich in de antiekzaak met nog enkele mannen. [betrokkene 2] wil een van de mannen iets meegeven om te proberen in het weekend. [betrokkene 2] zegt dat ze super schijnen te zijn. Een van de mannen wil er wel een paar. [verdachte] zegt: “Je kunt wel dat zakje even meenemen, dat zakje met schoenpoets. ” [betrokkene 2] zegt dat ze heel goed moeten zijn.
(Opmerking verbalisant: [betrokkene 2] deelt kennelijk xtc pillen uit aan bezoekers van de antiekzaak in aanwezigheid van [verdachte] ).
OVC-gesprek 11-10-2013, 16.16 uur (p. 16 en p. 22-24)
[verdachte] en [betrokkene 2] bevinden zich in de antiekzaak met nog enkele mannen. Het gesprek gaat over xtc pillen die door [betrokkene 2] “housenootjes ” worden genoemd. [betrokkene 2] heeft verschillende soorten liggen die hij kennelijk aan de aanwezigen laat zien en mee wil geven om te laten proberen. [verdachte] is daarbij aanwezig.
(Opmerking verbalisant: [betrokkene 2] deelt xtc pillen uit aan bezoekers van de antiekzaak in aanwezigheid van [verdachte] ).
OVC-gesprek 14-10-2013, 12.44 uur (p. 16 en p. 26-27)
[verdachte] bevindt zich in de antiekzaak als er een man binnenkomt die [betrokkene 5] wordt genoemd. [betrokkene 5] vraagt aan [verdachte] om [betrokkene 4] of [betrokkene 2] even langs te sturen. [verdachte] zegt dat hij [betrokkene 4] wel even laat sturen. [betrokkene 5] zegt dat die verzending naar de kloten is gegaan een paar weken geleden. [verdachte] zegt dat [betrokkene 2] in Spanje zit. [betrokkene 5] zegt dat hij heeft gezegd dat “ze ” eens langs moeten komen en hij dan precies zal zeggen hoe “ze ” het wel moeten doen. [betrokkene 5] zegt dat het altijd fout kan gaan, maar dat het kanariepietjeswerk is. [verdachte] zegt: “Ja, maar we zien maar weer. [betrokkene 2] zie ik deze week zeker niet. Ik ga de maandag even bellen. ” [betrokkene 5] zegt vervolgens: “Het flikkerde er gewoon uit gewoon een volle tas weed. Hé vier a vijf tassen tegelijk, hier bij [betrokkene 6] . Dat verwacht toch niemand of wel. Dat is gewoon super brutaal. En dan via een omweg aanleveren en dan ehh computerspul. Breekbare stickers erop en dinge, die werden daar afgezet en die gingen met een vracht naar Engeland. Alleen [betrokkene 6] die rijdt elke dag op Engeland en die wordt niet gecontroleerd. En als je bij [betrokkene 6] weed komt brengen dan ben je echt gek of niet? Dat doet niemand. Die denken dat daar iedereen alles controleert, maar dat is een andere afdeling”.
(Opmerking verbalisant: [betrokkene 5] komt aan [verdachte] melden dat er een zending weed is ontdekt en wil contact met [betrokkene 2] of [betrokkene 4] )
OVC-gesprek 15-10-2013 12.45 uur (p. 16, p. 29)
[verdachte] bevindt zich in de antiekzaak als er een man binnenkomt die [betrokkene 5] wordt genoemd. De man verontschuldigt zich dat hij een beetje laat is en zegt tegenslag te hebben gehad. De man zegt: “weer een auto afgepakt en een hoop geld gevonden en een groot hok uit de grond gehaald, ik zit daar allemaal met die wagen bouwen... onverstaanbaar... ik weet het ook niet. Nee ik heb hier die grote dinge bij. Die was terug van ehh, die doen we wel verrekenen, dan heb je toch je centen. ” [verdachte] zegt dat het goed is. De man zegt dat hij van de week [betrokkene 2] nog aan de lijn had. De man zegt verder: “anders is het niet zo erg, want ze kunnen beter een groot hok oppakken dan dat ze je geld vinden. ” [verdachte] zegt hierop: “Oh dat is kut, dat ze je hok vinden, is allebei kut maar dat geld, contant dat is dan ook weg he en moet je maar weer eens kijken wat je moet doen voor je dat terug hebt liggen, he jongen. ” [verdachte] zegt vervolgens: “Ja, ik hoor het ook van onze [betrokkene 2] terug, het valt ook allemaal nog niet mee he. Die beurt dan wel maar het is allemaal nog niet eenvoudig, want de meeste haken af die doen niks meer. ”
(Opmerking verbalisant: Dit laatste slaat zeer vermoedelijk op de henneptelers, die momenteel door politie/justitie ook financieel worden aangepakt)
OVC-gesprek 30-01-2014, 12.33 uur (p. 16, p. 31-33)
[verdachte] krijgt bezoek van [betrokkene 4] . Het gesprek gaat aanvankelijk over [betrokkene 2] die op dat moment vast zit in verband met een zware mishandeling. [verdachte] zegt dat hij twee telefoontjes van [betrokkene 2] heeft liggen en vraagt of [betrokkene 4] die moet hebben. [betrokkene 4] zegt even niet want ik heb ook een klein probleempje gehad. [betrokkene 4] zegt dat ze achter hem aanreden met drie auto ’s en even niks doet. [betrokkene 4] zegt dat andere mensen het ook hebben gezien en hij niet gek is. [betrokkene 4] zegt dat “ze ” met drie auto ’s waren, hij ergens bij mensen is geweest en “ze ” hem waarschijnlijk van daaruit hebben gevolgd. [betrokkene 4] zegt dat hij maar 1 dag gevolgd is, even twee weken rustig aan doet en thuis alles opgeruimd heeft. [verdachte] zegt iets over aan de overkant wegleggen. [betrokkene 4] zegt dat hij ze morgen wel oppakt. [betrokkene 4] zegt dat hij handel heeft gedaan en dat het goed is gegaan, maar "ze ” wel achter hem aan hebben gereden. [verdachte] zegt dat je op een gegeven moment toch wel in de gaten hebt dat ze je achtervolgen. [verdachte] zegt dat hij het zelf niet kan nalaten ’s morgens, altijd kijkt wat voor auto er staat, of er iemand in zit, of er iemand zit te kijken, even heen en weer loopt en zo eens links en rechts kijkt.
(Opmerking verbalisant: Op 28/01/2014 vond een observatie plaats op [betrokkene 4] toen hij met zijn bestelbus zeer vermoedelijk een partij verdovende middelen ophaalde in Hoorn/Zwaag en hij kennelijk het observatie team die dag heeft opgemerkt)
(p. 17) Uit een aantal OVC-gesprekken is gebleken dat [verdachte] geld aannam dat bestemd was voor [betrokkene 2] , geld van [betrokkene 2] bewaarde en geld van [betrokkene 2] overdroeg aan [betrokkene 4] . Een aantal gesprekken wordt hieronder kort samengevat weergegeven.
OVC-gesprek 21-08-2013, 13.15 uur (p. 17, p. 35)
[verdachte] krijgt een kort bezoek van een onbekende man. Uit het gesprek blijkt dat de man 12.800 komt brengen voor de zoon van [verdachte] .
(Opmerking verbalisant: [verdachte] heeft maar één zoon).
OVC-gesprek 20-12-2013, 09.09 uur (p. 17, p. 37-38)
[verdachte] en [betrokkene 2] voeren een gesprek over geld. [betrokkene 2] denkt dat hij iemand 5000 teveel heeft gegeven. Ze proberen te achterhalen wat er gebeurd kan zijn. [verdachte] zegt dat het bij hem aan tafel was en hij van [betrokkene 2] 42.000 in handen kreeg. [verdachte] zegt dat het in het begin om een bedrag van 68.000 precies ging. Ze praten verder waar het mis kan zijn gegaan.
OVC-gesprek 13-02-2014, 16.08 uur (p. 17, p. 40-42)
[verdachte] krijgt bezoek van [betrokkene 4] . Uit het gesprek blijkt dat [betrokkene 4] geld komt halen bij [verdachte] . [betrokkene 4] vraagt of [verdachte] weet hoeveel er ligt. [verdachte] denkt 46 of 48 ofzo. [verdachte] zegt vervolgens: “48,5. 1 pakje van 20, de kleintjes heb ik niet nageteld. ” [betrokkene 4] zegt dat hij 90 moet hebben.
OVC-gesprek 15-03-2014, 10.09 uur (p. 17 en p. 44-45)
[verdachte] krijgt bezoek van [betrokkene 4] , die kennelijk geld komt halen. [verdachte] heeft al ingepakt, maar moet nog vijftien bij pakken. Er wordt vervolgens gesproken over waar het geld ligt. Uit het gesprek is af te leiden dat het kennelijk om geld van [betrokkene 2] gaat. Er wordt gesproken over geld dat aan de linkse kant ligt en aan de andere kant. [betrokkene 4] praat over het pakken van “die zestig van 500 ” (het hof begrijpt: € 30.000). [verdachte] zegt dat hij die nog heeft, maar dat die thuis ligt en het zeventig is (het hof begrijpt: € 35.000). [verdachte] zegt: “Pak van dertig tellen. ” [betrokkene 4] zegt dat het meestal pakjes van vijf zijn. [verdachte] zegt dat ze nog steeds niet van die twintigers af zijn. [verdachte] zegt dat hij er van vijfhonderd, honderd en twintig heeft bijgedaan.
Voorts blijkt uit een OVC-gesprek dat [verdachte] kennelijk kan beschikken over grote bedragen contant geld naar aanleiding van een aan hem gericht verzoek om wekelijks 150.000 Britse ponden te wisselen.
Gesprek 20-06-2014, 17.25 uur (p. 17, p. 48-50)
[verdachte] voert een gesprek met een onbekende man. Uit dit gesprek blijkt dat [verdachte] is benaderd door een persoon met het voorstel om ponden te wisselen tegen euro ’s, in de verhouding een euro per pond. Het zou gaan om 150.000 pond per week en [verdachte] pakt dan de winst op de wisselkoers.
[verdachte] heeft tijdens zijn verhoren gesproken over geldbedragen met als voorbeeld een bedrag van € 30.000. Dergelijke bedragen heeft hij naar zijn zeggen voor zijn zoon [betrokkene 2] in een kluis in de winkel bewaard. Bij de Belastingdienst en Kamer van Koophandel is niets bekend van [betrokkene 2] betrokkenheid bij of de handel in horloges/uurwerken.
Brondocument: verklaring [verdachte] d.d. 2 december 2014 (p. 72 en 79)
[betrokkene 2] vroeg mij wel eens geld om voor hem te bewaren. Hij gaf mij wel eens een envelop. Ik heb ook wel eens geld voor hem bewaard wat ik heb nageteld. Het kan wel € 10.000, € 20.000 of € 30.000 euro zijn geweest. Ik heb achterin de zaak een kluis staan en daar bewaarde ik het geld dan voor hem in. [betrokkene 2] wilde liever het geld niet bij zich hebben. [betrokkene 2] wilde zijn geld niet bij hem thuis bewaren. Hij zei dan "ik ben toch vaak hier en dan kan ik er bij wanneer ik het nodig heb”. [betrokkene 4] is een kameraad van [betrokkene 2] [OVC-gesprek d.d. 15 maart 2014 van p. 44-45 wordt voorgehouden]. Dan zal hij geld hebben gehaald voor [betrokkene 2] . Als [betrokkene 4] het geld kwam ophalen, dan is het geld van [betrokkene 2] .
Brondocument: relaas van bevindingen van verbalisant [verbalisant 2] (p. 11)
Bij raadpleging van de online applicatie bij de KvK is mij op 23 februari 2015 gebleken dat [betrokkene 2] geen inschrijving op zijn naam heeft, noch is opgenomen met een (historische) bestuursfunctie bij een in Nederland ingeschreven onderneming.
Bij navraag bij de Belastingdienst bleek dat [betrokkene 2] , binnen de onderzoeksperiode, bij de Belastingdienst nooit opgave gedaan van inkomsten uit onderneming of als zelfstandige.
Binnen het onderzoek is tot heden nog geen bevestiging gekregen van de daadwerkelijke horlogehandel van [betrokkene 2] .
Brondocument: verklaring getuige [betrokkene 7] d.d. 5 maart 2015 (zaakdossier witwassen [betrokkene 2] en [betrokkene 8] , p. 657-658)
(p. 657) Ik heb een eenmanszaak en handel in horloges, (p. 658) [betrokkene 2] is een vriend van mij. Ik heb nooit horloges gekocht en verkocht aan [betrokkene 2] of [verdachte] . Volgens mij handelde [betrokkene 2] niet in horloges. Ik heb het in ieder geval niet gezien.
Daarnaast wijst het hof op een op 24 oktober 2013, omstreeks 14:08 uur, afgeluisterd gesprek tussen [verdachte] en NNman, pagina 181-183 van het algemeen dossier met proces-verbaalnummer 30-213173, opgemaakt en ondertekend op 25 februari 2015 door verbalisant [verbalisant 4] , met een loopproces-verbaal (blz. 1 t/m 23) en doorgenummerde onderliggende stukken (blz. 1 t/m 7969), voor zover inhoudende als volgt.
Nnman: Nee daar praat ik nooit over [verdachte] . Nee dat kim je wel aan mij overlaten.
[verdachte] : Nee maar ik bedoel, ik praat het niet goed he maar ....
NNman: Nee nee
[verdachte] : ze zijn allemaal zo afgunstig je weet het niet he.
NNman: Ja maar ik weet nu wie er bij zit he want anders praat ik er helemaal niet over. Dan zal je mij er niet over horen. Maar ik doe ook nooit niks over de telefoon of zo..
[verdachte] : Nee nooit niet doen.
NNman: Ik kom gewoon even aan.
[verdachte] : ik zeg gewoon, lampje ophalen, of klokske ophalen of zo ..
NNman: ja... dan weet ik wel wat er aan de hand is.
[verdachte] : is altijd goed he. Je moet gewoon zeggen dat je een lampje of een klokje op komt halen.
NNman: Ja dan weet ik wel wat er aan de hand is.”