4.7In 2007 is er een toelichting gekomen op de werking van artikel 14a van de Wet BPM en artikel 8d van de Uitvoeringsregeling BPM:
In artikel 8d van de Uitvoeringsregeling BPM worden een forfaitaire afschrijvingstabel en uitvoeringsregels opgenomen voor de berekening van de teruggaaf van bij export van gebruikte motorrijtuigen, zoals deze per 1 februari 2007 is voorzien in artikel 14a, eerste en tweede lid, van de wet. Voorts worden uitvoeringsregels gesteld voor de berekening van de teruggaaf voor taxi's, openbaar vervoer en bestelauto's bestemd voor gehandicaptenvervoer, bedoeld in artikel 15a, eerste lid, en 16, eerste lid, van de wet. De hoofdregel voor de berekening van de teruggaaf bij export wordt gegeven in het eerste lid. De vermindering van het belastingbedrag is de som van de percentages zoals die gelden voor iedere maand die geheel of gedeeltelijk is verstreken sinds de belasting verschuldigd is geworden. Deze maanden worden gerekend vanaf het moment van verschuldigdheid van de belasting, oftewel vanaf het moment van eerste tenaamstelling van het Nederlandse kentekenbewijs dan wel het moment van aanvang van het weggebruik in Nederland met een buitenlands gekentekende auto. Het betreft dus geen kalendermaanden, maar gebruiksmaanden in Nederland. In de tabel, opgenomen in het eerste lid, is per gebruiksmaand aangegeven welk percentage van toepassing is. Daarbij is bepalend welk percentage bij aanvang van die gebruiksmaand geldt. De vermindering van de belasting wordt berekend door de som van de gevonden percentages te vermenigvuldigen met het volgens de artikelen 9 tot en met 9c van de wet voor die auto geldende belastingbedrag (de volledige BPM voor de auto in ongebruikte staat). Voor een auto die voor het eerst in Nederland in gebruik is genomen en waarvoor de volledige BPM bij de registratie in het kentekenregister is voldaan, wordt de teruggaaf dus berekend door afschrijving op de volledige BPM, zoals ook vermeld op het kentekenbewijs, met een percentage dat afhankelijk is van de tijdsduur die is verstreken tussen de registratie of de aanvang van het weggebruik in Nederland en de beëindiging van de registratie of het weggebruik in Nederland. Een voorbeeld:
Een nieuw in Nederland geregistreerde auto wordt na 1 jaar, vijf maanden en 10 dagen uitgevoerd. De oorspronkelijk bij de eerste registratie geheven BPM bedraagt € 8000. Het aantal maanden dat is verstreken sinds die inschrijving bedraagt 18 (de 10 dagen worden voor de berekening van de teruggaaf als een volledige maand beschouwd). Volgens de tabel, opgenomen in artikel 8d, eerste lid, wordt voor de eerste maand in een afschrijvingspercentage van 4% gehanteerd, voor de volgende twee maanden telkens een percentage van 3%, voor de daaropvolgende twee maanden telkens 2,5%, voor de volgende vier maanden telkens 2,25%, en voor de laatste 9 maanden telkens 1,444%. De totale afschrijving is dan: 4% + (2×3%) + (2×2,5%) + (4×2,25%) + (9×1,444%) = 37%; 37% van € 8000 = € 2960. De teruggaaf bedraagt dan € 8000 minus € 2960 = € 5040. Ook voor een motorrijtuig dat in gebruikte staat in de BPM-heffing is betrokken en na enige tijd wordt uitgevoerd, wordt de teruggaaf berekend door op het belastingbedrag per maand af te schrijven. Anders dan bij nieuwe auto's is het belastingbedrag in dat geval verminderd overeenkomstig de voor die auto bij de heffing geldende afschrijving. Voor de berekening van de teruggaaf wordt op dit verminderde belastingbedrag, evenals bij nieuw in de heffing betrokken auto's, per maand een percentage afgeschreven van het belastingbedrag ingevolge de artikelen 9 tot en met 9c van de wet (de volledige BPM, voor gebruikte auto's wel aangeduid met bruto BPM-bedrag).
Ook dit kan worden geïllustreerd met een voorbeeld. Een vergelijkbare auto als in het vorige voorbeeld is in het buitenland voor het eerst in gebruik genomen en wordt op een later tijdstip naar Nederland overgebracht. Bij binnenkomst in Nederland is de auto één jaar, twee maanden en 24 dagen oud. Het zogenoemde bruto BPM-bedrag, zijnde de BPM zoals die verschuldigd zou zijn geweest als de auto nieuw en ongebruikt in Nederland zou zijn geregistreerd, bedraagt € 8000. Het belastingbedrag op het moment van registratie of aanvang weggebruik in Nederland, gevonden via de tabel van artikel 8, vijfde lid, bedraagt € 5040 (€ 8000 verminderd met 37% afschrijving volgens de jaartrede voor auto's van één tot twee jaar oud). Ook deze auto wordt uitgevoerd één jaar, vijf maanden en tien dagen na registratie of aanvang van het weggebruik in Nederland. De auto is dan twee jaar, acht maanden en vier dagen oud, maar de teruggaaf kan nu niet rechtstreeks worden berekend aan de hand van deze leeftijd, maar moet worden bepaald aan de hand van het aantal maanden dat is verstreken sinds registratie of aanvang van het weggebruik in Nederland. De teruggaaf wordt als volgt berekend: Voor de vaststelling van de vermindering met toepassing van de tabel, opgenomen in artikel 8d, eerste lid, zijn de volgende gegevens van belang: het belastingbedrag bij de eerdere registratie of aanvang weggebruik in Nederland, i.c. € 5040; het bruto BPM-bedrag, i.c. € 8000; de datum van registratie of aanvang weggebruik in Nederland; het aantal maanden dat geheel of gedeeltelijk is verstreken tussen registratie of aanvang weggebruik in Nederland en beëindiging registratie of weggebruik in Nederland, i.c. 18 maanden. De auto was bij binnenkomst in Nederland één jaar, twee maanden en 24 dagen oud. Volgens de tabel in artikel 8d geldt voor de eerste vier gebruiksmaanden in Nederland telkens een afschrijvingspercentage van 1,444% (trede van negen maanden tot één jaar en zes maanden). Voor de volgende twaalf maanden geldt een afschrijvingspercentage van telkens 0,833%. Ook voor de laatste twee maanden gelden telkens maandstappen van 0,833%. In totaal vindt dus een afschrijving plaats van (4x1,444%) + (12x0,833%) + (2x0,833%) = 17,44% van het zogenoemde bruto BPM-bedrag. De vermindering bedraagt dus 17,44% van € 8000 = € 1395. Dit bedrag, groot € 1395, wordt in mindering gebracht op de betaalde BPM, i.c. € 5040. De teruggaaf bedraagt dan € 5040 minus € 1395 = € 3645.
In het tweede lid van artikel 8d is een afwijkende regeling opgenomen voor korte gebruiksperioden in Nederland. De teruggaaf voor een auto die langer dan de vrijgestelde periode van twee weken, maar korter dan drie maanden in Nederland is gebleven, wordt voor een gedeeltelijk verstreken maand naar tijdsgelang per dag berekend. Hiertoe wordt de afschrijving die volgens de hoofdregel voor die maand toepasselijk zou zijn gedeeld door 30 en vermenigvuldigd met het aantal dagen in die maand tot en met de dag van beëindiging van de registratie of van het gebruik in Nederland. Ingevolge het derde lid van artikel 8d wordt voor de berekening van de teruggaaf voor gebruikte voertuigen die worden ingezet als taxi, voor openbaar vervoer of als bestelauto ten behoeve van een gehandicapte, verwezen naar de tabel van artikel 8, vijfde lid, van de Uitvoeringsregeling. De in artikel 15a, eerste lid, en 16a, eerste lid, van de wet, neergelegde regeling verwijst tot 1 februari 2007 naar de in artikel 10, tweede lid, van de wet opgenomen tabel. Nu deze tabel per die datum wordt opgenomen in de Uitvoeringsregeling BPM, wordt ook voor deze teruggaven verwezen naar de tabel in de Uitvoeringsregeling. Inhoudelijk blijft de regeling ongewijzigd. In het vierde lid van artikel 8d wordt de regel neergelegd dat de teruggaaf voor auto's waarvoor bij de heffing geen gebruik is gemaakt van de tabel, op een afwijkende manier wordt berekend. Voor deze groep is de vermindering bij de heffing niet die geweest, die voortvloeit uit de tabel in artikel 8, vijfde lid, maar is deze vastgesteld op basis van een koerslijst of taxatie, of is deze onder de voorheen in een beleidsregel goedgekeurde tegenbewijsregeling vastgesteld. De teruggaaf wordt ingevolge het vierde lid verminderd of vermeerderd overeenkomstig de van de tabel in artikel 8, vijfde lid, afwijkende afschrijving. Om de teruggaaf te berekenen wordt in die situatie het afschrijvingspercentage toegepast op een bedrag dat is berekend volgens de formule:
(geheven belasting × 100) / (100 — tabelpercentage)
Daarbij is geheven belasting de belasting die in het verleden voor het motorrijtuig is geheven volgens de oude tegenbewijsregeling of wanneer bij de heffing geen gebruik werd gemaakt van de forfaitaire tabel. Tabelpercentage is het afschrijvingspercentage dat ingevolge de forfaitaire heffingstabel zou zijn toegepast, als daarvoor gekozen zou zijn bij de heffing. De uitkomst van de formule is het zogenoemde herrekend bruto BPM-bedrag. Voor in Nederland in gebruikte staat geregistreerde motorrijtuigen die niet met toepassing van de tabel worden ingevoerd, is dit het BPM-bedrag zoals vermeld op het kentekenbewijs. Dit bedrag komt voor de berekening van de teruggaaf in de plaats van het bruto BPM-bedrag.
Een voorbeeld:
De hierboven bij de toelichting op het eerste lid van artikel 8d in het tweede voorbeeld bedoelde auto maakt bij de invoer gebruik van een taxatierapport. De te betalen belasting blijkt niet € 5040 te zijn, maar € 4500. Het herrekende bruto BPM-bedrag is nu:
(€ 4500 × 100) / (100 - 37) = € 7143
€ 4500 minus 17,44% van € 7143 = € 3254, in plaats van € 3645.
Overigens bestaat deze rekenmethode al langer in het kader van de teruggaafregeling voor taxi's en bestelauto's bestemd voor gehandicaptenvervoer. Deze methode is in de Leidraad BPM 2006 opgenomen in paragraaf 7.6.5. Het vierde lid van artikel 8d ziet zowel op deze al bestaande teruggaafregelingen als op de per 1 februari 2007 in de wet opgenomen teruggaaf bij export. In het vijfde lid van artikel 8d wordt geregeld dat de inspecteur kan goedkeuren dat voor ondernemers in de zin van de Wet op de omzetbelasting 1968 de overlegging van bescheiden bij het verzoek om teruggaaf achterwege blijft. Het gaat om bescheiden waaruit de registratie in een andere EU- of EER-staat blijkt en, in het geval van een buitenlands gekentekend motorrijtuig, bescheiden waaruit blijkt vanaf wanneer het motorrijtuig niet langer in Nederland feitelijk ter beschikking staat van de Nederlandse gebruiker. Deze goedkeuring wordt verleend onder de voorwaarde dat de bescheiden in de administratie van de ondernemer bewaard blijven. De inspecteur zal de goedkeuring verlenen aan ondernemers die frequent gebruik maken van de regeling en er blijk van hebben gegeven de regeling juist toe te passen. Eventueel kan de inspecteur daarbij aanvullende voorwaarden stellen.
Eén en ander impliceert dat de goedkeuring pas kan worden verleend nadat een aantal maanden ervaring is opgedaan met de teruggaafregeling. Ingevolge het zesde lid van artikel 8d wordt bij een teruggaafverzoek bij export van een buitenlands gekentekende auto een kopie van het kentekenbewijs gevoegd.
Jurisprudentie