Conclusie
PROCUREUR-GENERAAL
BIJ DE
HOGE RAAD DER NEDERLANDEN
CONCLUSIE
De vaststelling van het wederrechtelijk verkregen voordeel
€ 96.123,00kan worden aangemerkt als wederrechtelijk door veroordeelde verkregen voordeel.”
Parket bij de Hoge Raad
In deze zaak staat de vaststelling van het wederrechtelijk verkregen voordeel centraal. De betrokkene voerde in hoger beroep aan dat een deel van zijn salaris contant werd uitbetaald en dat hij geen huur hoefde te betalen vanwege werkzaamheden aan zijn woning, waardoor het vermeende voordeel lager zou zijn dan vastgesteld.
Het hof Arnhem-Leeuwarden verwierp dit verweer omdat de onderbouwing onvoldoende was en achtte het bedrag van € 96.123,- als het juiste wederrechtelijk verkregen voordeel, gebaseerd op een gedegen kasopstelling en onderzoek van contante uitgaven en ontvangsten.
De procureur-generaal bij de Hoge Raad concludeert dat het hof voldoende heeft gemotiveerd waarom het verweer is verworpen en dat er geen gronden zijn voor vernietiging van het arrest. Het cassatiemiddel faalt en wordt verworpen, waarmee het hofarrest in stand blijft.
Uitkomst: Het cassatieberoep wordt verworpen en het hofarrest blijft in stand met vaststelling van het wederrechtelijk verkregen voordeel op € 96.123,-.