Conclusie
PROCUREUR-GENERAAL
BIJ DE
HOGE RAAD DER NEDERLANDEN
CONCLUSIE
eerste middelklaagt over de afwijzing van verzoeken van de verdediging tot het horen van twee getuigen, terwijl het
tweede middelzich richt tegen de bewezenverklaring van het onder 1 en 2 tenlastegelegde. De verdachte betwist contante geldbedragen naar Zwitserland te hebben vervoerd. Door middel van de beide getuigen heeft de verdediging in feitelijke aanleg het standpunt willen onderbouwen dat het geld zonder enige betrokkenheid van de verdachte via een alternatieve illegale geldstroom, via de Britse Maagdeneilanden, in Zwitserland terecht is gekomen. Nu voor een beoordeling in cassatie van de begrijpelijkheid van ‘s hofs beslissingen over de getuigenverzoeken de inhoud van het strafdossier van belang is, begin ik met de bespreking van het tweede middel.
Overweging met betrekking tot het bewijs
zwarte geldweg brengen.
de poen heeft opgehaald.
Hij zet zeker flink om die [medeverdachten]”.
Witwassen en het aandeel van verdachte” van zijn arrest heeft het hof onder meer vastgesteld en overwogen dat de verdachte heeft verklaard dat hij in opdracht van [medeverdachte 1] vier tot zes keer naar Zwitserland is gereden met een pakketje dat hij heeft afgegeven bij [betrokkene 1] in [plaats] (te Zwitserland). [1] Voorts zijn drie reisbewegingen van de verdachte naar Zwitserland onderzocht. Het hof stelt daaromtrent onder meer vast dat de verdachte tijdens één van die ritjes, op 26 september 2012, met zijn zus belt en zegt dat hij onderweg is om het “
zwarte geld” weg te brengen. [2] Zijn zus antwoordt daar overigens op: “
Ooh ja ik hoop dat je veilig thuiskomt en dat ik je niet in de gevangenis op hoef te zoeken.” Tot bewijsmiddel 80 is voorts gebezigd een proces-verbaal van bevindingen inzake observaties van 26 november 2012, waaruit onder meer blijkt dat de verdachte op die dag bij de woning van [betrokkene 2] een gele plastictas met inhoud heeft opgehaald. Uit het tot bewijsmiddel 84 gebezigde proces-verbaal volgt voorts ’s hofs vaststelling “
dat hij [verdachte, AG] op 27 en 28 september 2012 naar Zwitserland is gereden.” ’s Hofs overwegingen inzake verdachtes reisbeweging naar Zwitserland op 7 november 2012, blijken onder meer uit bewijsmiddel 96 – 99. Dat de verdachte sprak over “
zwart geld” en
“poen”bij wijze van grap, acht het hof gezien zijn vaststellingen tot slot niet geloofwaardig. Voor zover het middel klaagt dat de relevante bewijsoverwegingen van het hof niet gedekt worden door de bewijsmiddelen, is het dan ook gebaseerd op een onvolledige lezing van (de aanvulling op) het arrest. Gezien al het voorgaande acht ik het oordeel van het hof “
dat verdachte wist dat hij voor [medeverdachte 1] zwart geld naar Zwitserland bracht”niet onbegrijpelijk en toereikend gemotiveerd. Daarin ligt voorts besloten zijn (niet onbegrijpelijke) verwerping van het hieromtrent namens de verdachte gevoerde verweer. Hetgeen door de steller van het middel voor het overige wordt aangevoerd, stuit reeds af op de vrije selectie en waardering van het bewijs door de feitenrechter.
Getuigen
Onderzoekswensen van de verdediging
- getuigen [getuige 1] en [getuige 2]
- Het hof overweegt dat onvoldoende is onderbouwd waartoe het horen van deze getuigen zou kunnen leiden en wat de toegevoegde waarde daarvan zou zijn, mede gelet op de het feit dat de datum van de 'overboeking' waarover de verdediging vragen wil stellen ruim voor de ten laste gelegde periode is gelegen. Het verzoek tot het horen van deze getuigen wordt
- (…)”
19. Gelet op het voorstaande acht ik nog steeds verdedigingsbelang aanwezig om over te gaan tot verhoor van de tijdig bij appelschriftuur opgegeven getuigen [getuige 2] en [getuige 1] herhaald, om redenen zoals in de appelschriftuur (en zoals reeds in eerste aanleg in mijn brief d.d. 25 februari 2015) genoemd en zoals aangevoerd op de regiezitting.”
Verzoek tot het horen van getuigen