Conclusie
Opdrachtgever) en verweerster in cassatie (hierna:
Interland) bestaat een geschil over de uitvoering van een koop-/aannemingsovereenkomst. In eerste aanleg heeft een door de kantonrechter benoemde deskundige een deskundigenbericht uitgebracht, waarvan de conclusies door de kantonrechter in haar vonnis zijn gevolgd. In hoger beroep heeft Opdrachtgever een andersluidend partijdeskundigenrapport overgelegd en daarmee zijn grieven onderbouwd. In cassatie gaat het in de kern om de vraag of het hof zijn beslissing om de conclusies van de door de kantonrechter benoemde deskundige tot de zijne te maken toereikend heeft gemotiveerd.
1.Feiten en procesverloop
in conventie– samengevat – gevorderd Opdrachtgever te veroordelen tot betaling van de resterende aanneemsom groot € 7.956,04, vermeerderd met 5%. [3]
Feron). Op verzoek van partijen heeft op 21 januari 2015 een nadere comparitie plaatsgevonden. Van beide zittingen is proces-verbaal opgemaakt.
grief 1) en de puien (
grief 2). Deze twee grieven lenen zich voor gezamenlijke behandeling.
grieven 1 en 2reeds daarom falen.”
2.Bespreking van het cassatiemiddel
Onderdeel 2richt zich met twee subonderdelen tegen rov. 3.8, waarmee het hof niet zou voldoen aan de motiveringseisen van HR 9 december 2011,
NJ2011/599.
Onderdeel 3behelst een voortbouwklacht.
Juridisch kader
Flevoziekenhuis-arrest van 9 december 2011 [18] – onder verwijzing naar oudere rechtspraak [19] – het volgende:
LJNAN8478,
NJ2004/74; HR 19 oktober 2007,
LJNBB5172 en HR 8 juli 2011,
LJNBQ3519).”
volgt:
Vraag 1 (alle leveringen en werkzaamheden behalve de schuifpuien)
Omdat de puien naar buiten geplaatst moeten worden (zie punt 4 Proces-Verbaal descente [26] ), kan de huidige wijze van bevestigen gehandhaafd worden, en valt de bevestiging wellicht samen met de in de spouw aanwezige spouwlat. Ook dan is de bevestiging functioneel.
De te vervangen onderdelen van kozijnen en/of bewegende delen hebben allen betrekking op onderdelen die nog verkrijgbaar zijn. Specifiek gaat het hier op een valdorpel, beglazingsrubbers, een remschaar, afdichtingen van de watergoot van een onderdorpel en lamellen voor een rolluik.
offerte van [A](zie de eerste bijlage bij bijlage 4 bij dit rapport)
gaat uit van het geheel nieuw leveren en monteren van de daarin genoemde gevelelementen, hetgeen buitenproportioneel is.
Het procesverloop na het uitbrengen van het deskundigenrapport
[betrokkene 1]) [29] . Die grieven (en de toelichting daarop) luiden als volgt:
Eerste grief:
“vervanging van grote delen van het werk is echter niet aan de orde, hooguit het vervangen van onderdelen van kozijnen en/of bewegende delen, alsmede de bevestiging en/of afwerking daarvan. De opleverpunten kunnen volgens Feron relatief eenvoudig worden hersteld.
”
Evenals [A] stelt [betrokkene 1] thans dat het vervangen van onderdelen onvoldoende is.De kozijnen zijn in de hoogte te kort ingemeten en provisorisch met purschuim afgewerkt. [betrokkene 1] stelt dat de onderdorpelconstructie niet doorgaand wordt ondersteund. Ter plaatse van de onderdorpelaansluitingen is zichtbaar dat regenwater de kans krijgt door te slaan naar de binnenconstructie.
: “voor zover aanwezig en beoordeeld, zijn de geleverde materialen deugdelijk. Het gebrek aan coördinatie tussen de bouwkundige werkzaamheden en het plaatsen van de puien is mede debet aan de situatie zoals die is ontstaan. Er is geen sprake van gebrekkige plaatsing, eerder een provisorische, dan wel onvolledige montage. (…) Door de geconstateerde gebreken en ongelijkheden in de plaatsing van beide puien dient het montagewerk opnieuw uitgevoerd te worden. Het is volgens Feron zonder meer mogelijk om de puien op een deugdelijke wijze definitief te plaatsen.”
[betrokkene 1] stelt in zijn rapportage op pagina 5 dat uit zijn bevindingen, welke in zijn rapportage zijn neergelegd, (…) niet gesteld kan worden dat de puien deugdelijk zijn. Tevens onderschrijft hij het oordeel van Feron, dat het montagewerk enkel en alleen opnieuw dient plaats te vinden, niet. Er kan in zijn optiek enkel sprake zijn van het leveren en monteren van geheel nieuwe puien.Op pagina 8 van de rapportage vermeldt [betrokkene 1] nog dat de puien onvolledig en onvoldoende zijn geplaatst. De beide puien zijn met spaks-schroeven door de stijlen verankerd in het gevelmetselwerk, waarbij er deuken in de profielen zijn getrokken.
vervolgt dat de puien niet te herstellen zijn, daar de profielen niet los vervangen kunnen worden. Voorgaande is eveneens door [A] geconstateerd. [B] stelt eveneens dat de puien niet correct gemonteerd zijn, hetgeen in zijn bewoordingen “geen gezicht is”. Hij stelt dat de puien vermaakt kunnen worden, in die zin dat de puien van nieuwe profielen dienen te worden voorzien. Een en ander blijkt echter niet mogelijk, aldus [betrokkene 1] .Feron stelt in zijn rapportage dat de wijze van bevestiging wellicht esthetisch niet de meest fraaie is, deze wel functioneel is. Feit is echter, wederom, dat [Opdrachtgever] heeft betaald voor Reynaers kozijnen alsmede de daarbij behorende service en montage. Hij hoeft simpelweg geen genoegen te nemen met de wijze waarop de puien zijn geplaatst, en welke volgens de rapportage van [betrokkene 1] , thans “als verloren beschouwd kunnen worden”.
zorgvuldige totstandkoming” van het rapport van de door de rechter in eerste aanleg benoemde deskundige alsmede gelet op de “
duidelijke conclusies en de onderbouwing” in dit rapport – de conclusies uit dit rapport tot de zijne mag maken en (“
dan ook”) aan het partijdeskundigenrapport voorbij mag gaan. Daartoe wordt aangevoerd dat het in appel alsnog overleggen van een partijdeskundigenrapport en betrekken van stellingen een zeer krachtige aanwijzing vormt dat bedoelde partij kennelijk beoogt om
in hoger beroepeen (eventueel) door haar
in eerste aanleg gemaakte fout te herstellen. Het hof heeft de herstel- en herkansingsfunctie van het hoger beroep miskend.
vervolgtde klacht, tot het oordeel is gekomen dat Opdrachtgever in eerste aanleg ‘maar’ een partijdeskundigenrapport zou hebben moeten overleggen ter bestrijding van de zienswijze van Feron, miskent het dat dit oordeel zich niet verdraagt met die herstel- en herkansingsfunctie.
subonderdeel 1.2is – gelet op Opdrachtgevers eerste en tweede grief en de toelichting daarop – het oordeel van het hof onbegrijpelijk, indien het hof tot het oordeel is gekomen dat:
[i]n het licht van deze zorgvuldige totstandkoming van” het rapport van Feron alsmede de duidelijke conclusies en de onderbouwing in dit rapport, deze conclusies tot de zijne te maken;
dan ook” aan het partijdeskundigenrapport voorbij te gaan;
[te]meer” voorbij te gaan, omdat uit het partijdeskundigenrapport niet blijkt dat om een reactie van Interland is gevraagd; en
NJ2011/599). Ook zou het hof niet, laat staan in volle omvang, alle ter zake door de partijen, in het bijzonder Opdrachtgever, aangevoerde feiten en omstandigheden in aanmerking hebben genomen noch hebben getoetst of aanleiding bestond om van de in het rapport van Feron geformuleerde conclusies af te wijken (vgl. HR 17 februari 2017,
RvdW2017/261).
subonderdeel 2.2zou het hof, kort gezegd, met zijn onder (iii) vermelde
‘temeer’-beslissing (dat uit het rapport van [betrokkene 1] niet blijkt dat om een reactie van Interland is gevraagd) hebben miskend dat aan het gegeven dat uit het partijdeskundigenrapport niet blijkt dat door de partijdeskundige om een reactie van de wederpartij is gevraagd niet de conclusie mag worden verbonden dat kan worden afgezien van toepassing van de regel uit
NJ2011/599.
Flevoziekenhuis-arrest (hiervoor besproken, onder 2.6-2.7) voor het geval de rechter de conclusies waartoe de door de (lagere) rechter benoemde deskundige is gekomen, in zijn beslissing zal volgen.
de offerte van [A]blijkende bezwaar dat met het vervangen van onderdelen van
de kozijnenen/of bewegende delen niet kan worden volstaan – maar gehele vervanging van gevelelementen noodzakelijk is – in zijn rapport weerlegd door erop te wijzen dat de te vervangen onderdelen van kozijnen en bewegende delen alle betrekking hebben op onderdelen die nog verkrijgbaar zijn (zie hiervoor, onder 2.14).
de offerte van [B]blijkende bezwaar dat
de puienfoutief zijn geplaatst en als gevolg daarvan de buitenkaders van de puien vervangen moeten worden, heeft Feron weerlegd door erop te wijzen dat dit buitenproportioneel is, omdat – kort gezegd – foutief geboorde en eventueel niet herbruikbare bevestigingspunten die verder geen afbreuk doen aan de functionaliteit van een element geen reden zijn om het gehele element van een nieuw kader te laten voorzien (zie hiervoor, onder 2.14). Dat de puien foutief bevestigd zijn onderschrijft Feron maar de bestaande puien kunnen zonder meer deugdelijk definitief worden geplaatst, zonder dat de buitenkaders vervangen moeten worden, zo volgt uit het antwoord op vraag 3.3.3 (zie hiervoor, onder 2.12).
de kozijnenis dat er niet kan worden volstaan met het vervangen van onderdelen; ten aanzien van
de puienis zijn bezwaar dat het alsnog deugdelijk plaatsen van de bestaande puien niet mogelijk is, maar volledige vervanging van de puien noodzakelijk is (zie hiervoor, onder 2.18). Deze bezwaren van de partijdeskundige hebben dan ook
dezelfde strekkingals de bezwaren van [A] en [B] , welke bezwaren door Feron al gemotiveerd zijn weerlegd in zijn deskundigenrapport (zie hiervoor, onder 2.31-2.32) en de kantonrechter er niet van hebben weerhouden om de conclusies van Feron tot de hare te maken (eindvonnis, rov. 2.8).
specifieke bezwarentegen de zienswijze van de door de rechter benoemde deskundige die een
voldoende gemotiveerde betwistinginhouden van de juistheid van die zienswijze als in het
Flevoziekenhuis-arrest bedoeld.