ECLI:NL:PHR:2020:49
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Herziening snelheidsovertreding wegens onbekende bestuurder na tijdige bekendmaking naam bestuurder
De aanvrager werd veroordeeld voor een snelheidsovertreding begaan door een onbekend gebleven bestuurder van een auto waarvan hij eigenaar of houder was. Op grond van artikel 181, derde lid, onder b, van de Wegenverkeerswet 1994 kan de eigenaar of houder worden vrijgesteld van straf als hij tijdig de naam en het volledige adres van de bestuurder schriftelijk aan het Openbaar Ministerie bekendmaakt.
De aanvrager stelde dat hij aan deze verplichting had voldaan door tijdig de naam en het adres van de bestuurder te melden, maar dat deze informatie bij de kantonrechter niet bekend was tijdens de behandeling van de zaak. Dit werd onderbouwd met bewijsstukken waaronder een aangetekende brief en ontvangstbevestiging.
De Procureur-Generaal concludeerde dat het ernstige vermoeden bestaat dat indien de kantonrechter wel op de hoogte was geweest van deze bekendmaking, het onderzoek zou hebben geleid tot niet-ontvankelijkheid van het Openbaar Ministerie. Daarom werd de aanvraag tot herziening gegrond verklaard en werd de zaak verwezen naar het gerechtshof voor hernieuwde behandeling.
Uitkomst: De aanvraag tot herziening is gegrond verklaard en de zaak wordt verwezen naar het gerechtshof voor hernieuwde berechting.