Conclusie
PROCUREUR-GENERAAL
BIJ DE
HOGE RAAD DER NEDERLANDEN
CONCLUSIE
opzettelijk handelen in strijd met het in artikel 3 onder Pro C van de Opiumwet gegeven verbod, meermalen gepleegd” en het onder 2 bewezenverklaarde “
handelen in strijd met artikel 13, eerste lid, van de Wet wapens en munitie”, veroordeeld tot een taakstraf voor de duur van tachtig uren, indien niet naar behoren verricht te vervangen door veertig dagen hechtenis, met aftrek. Daarnaast heeft het hof de teruggave gelast van de in beslag genomen, maar nog niet teruggegeven voorwerpen, als genoemd in het arrest.
eerste middelklaagt naar de kern genomen over de kwalificatie van het tweede (cumulatieve) deel van het onder 1 bewezenverklaarde. Wat betreft het voorhanden hebben van de 4,35 gram hasjiesj had de bewezenverklaring op grond van artikel 11 lid 6 Opiumwet Pro moet worden gekwalificeerd als overtreding. Dit delict was ingevolge artikel 70 lid 1 onder Pro 1° Sr reeds verjaard toen het onderzoek ter terechtzitting in eerste aanleg een aanvang nam. Bovendien heeft het hof in strijd met artikel 62 één straf opgelegd.
1:
1. De verklaring van de verdachte, afgelegd ter terechtzitting in eerste aanleg van 16 augustus 2017.
Artikel 3
hennep of hasjiesj”, aldus artikel 11 lid 6 Ow Pro) begaat één misdrijf, en niet twee overtredingen. Dan maakt het niet uit of de ene helft hennep is en de andere helft hasjiesj. [2]
tweede middelklaagt dat de inzendtermijn in cassatie is overschreden.