ECLI:NL:PHR:2020:218
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Ontvankelijkheid hoger beroep bij niet-vertaling mededeling uitspraak aan verdachte
De zaak betreft de ontvankelijkheid van het hoger beroep van een verdachte die de Nederlandse taal onvoldoende beheerst. De verdachte kreeg de mededeling van het vonnis op 8 juli 2018 uitgereikt in een voor hem onbegrijpelijke taal zonder vertaling, waarna hij pas op 13 augustus 2018 hoger beroep instelde. Het hof verklaarde hem niet-ontvankelijk wegens overschrijding van de beroepstermijn van veertien dagen.
De verdediging voerde aan dat de overschrijding verschoonbaar is omdat de verdachte de mededeling niet begreep en niet wist dat hij binnen veertien dagen hoger beroep moest instellen. Het hof oordeelde dat de termijn wel was gaan lopen vanaf de uitreiking omdat de inleidende dagvaarding tweeënhalf jaar eerder wel was vertaald en het parketnummer op beide stukken gelijk was, waardoor de verdachte op de hoogte had moeten zijn.
De advocaat-generaal concludeert dat het hof het arrest moet vernietigen en de zaak moet terugverwijzen naar het hof voor een nieuwe beoordeling, omdat niet vaststaat dat de verdachte de mededeling van de uitspraak heeft begrepen en de overschrijding van de termijn daardoor niet zonder meer onverschoonbaar is. De Hoge Raad volgt deze conclusie en vernietigt het arrest van het hof.
Uitkomst: De Hoge Raad vernietigt het arrest en wijst de zaak terug voor herbeoordeling van de ontvankelijkheid van het hoger beroep.