ECLI:NL:PHR:2020:1114
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkheid cassatieberoep in ontnemingszaak wegens niet-indienen middelen
Het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden bevestigde het vonnis van de rechtbank Midden-Nederland waarin het wederrechtelijk verkregen voordeel van betrokkene werd vastgesteld op €51.800 en ontneming daarvan werd opgelegd.
Betrokkene stelde cassatieberoep in, maar diende geen schriftuur houdende middelen van cassatie binnen de wettelijke termijn in. Hierdoor kon hij niet in zijn cassatieberoep worden ontvangen op grond van artikel 437, tweede lid, Sv.
De procureur-generaal concludeerde daarom tot niet-ontvankelijkheid van betrokkene in het cassatieberoep. Er bestond samenhang met andere ontnemingszaken van medeverdachten, maar ook daar werden geen middelen ingediend.
De Hoge Raad nam dit advies over en verklaarde betrokkene niet-ontvankelijk, waarmee het arrest van het gerechtshof in stand bleef.
Uitkomst: Betrokkene wordt niet-ontvankelijk verklaard in zijn cassatieberoep wegens het niet tijdig indienen van middelen.