ECLI:NL:PHR:2019:894

Parket bij de Hoge Raad

Datum uitspraak
24 september 2019
Publicatiedatum
13 september 2019
Zaaknummer
16/01206
Instantie
Parket bij de Hoge Raad
Type
Conclusie
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Niet-ontvankelijk
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Vernietiging arrest hof en verwijzing zaak naar gerechtshof ’s-Hertogenbosch wegens ontoereikende motivering bewijsuitsluiting

In deze zaak heeft het gerechtshof ’s-Gravenhage bij arrest de officier van justitie niet-ontvankelijk verklaard in hoger beroep en de verdachte vrijgesproken op basis van bewijsuitsluiting. De Procureur-Generaal bij de Hoge Raad heeft geconcludeerd dat het hof zijn beslissing onvoldoende heeft gemotiveerd, mede gelet op eerdere arresten van de Hoge Raad die soortgelijke vrijspraken vernietigden wegens ontoereikende gronden.

De zaak hangt samen met meerdere andere zaken waarin de Hoge Raad op 6 december 2016 arresten heeft gewezen die het hof vernietigde en verwees naar het gerechtshof ’s-Hertogenbosch. De advocaat-generaal stelt dat het middel van cassatie terecht is voorgesteld en dat het hof dezelfde onvoldoende motivering hanteerde als in de eerdere zaken.

De conclusie van de Procureur-Generaal is dat het middel slaagt en dat de uitspraak van het hof moet worden vernietigd, met uitzondering van de overschrijding van de redelijke termijn. De zaak wordt verwezen naar het gerechtshof ’s-Hertogenbosch voor hernieuwde behandeling en afdoening van het hoger beroep.

Uitkomst: Het arrest van het hof wordt vernietigd en de zaak wordt verwezen naar het gerechtshof ’s-Hertogenbosch voor hernieuwde behandeling.

Conclusie

PROCUREUR-GENERAAL

BIJ DE

HOGE RAAD DER NEDERLANDEN

Nummer16/01206
Zitting24 september 2019

CONCLUSIE

F.W. Bleichrodt
In de zaak
[verdachte] ,
geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1977,
hierna: de verdachte.
Het gerechtshof ’s-Gravenhage, zitting houdende te Arnhem, heeft bij arrest van 17 november 2015 de officier van justitie niet-ontvankelijk verklaard in het hoger beroep, voor zover gericht tegen de beslissing ter zake van het in de zaak met parketnummer 09-755001-05 onder 1, 2 en 3 ten laste gelegde. Vervolgens heeft het hof de verdachte vrijgesproken van het hem in de zaak met parketnummer 09-862534-05 primair en subsidiair ten laste gelegde.
De onderhavige zaak hangt samen met de zaken tegen de medeverdachte [medeverdachte] (16/01204), waarin ik vandaag eveneens concludeer. Ook bestaat samenhang met de zaken 15/05848 ( [betrokkene 1] ), 15/05957 ( [betrokkene 2] ) en 16/01205 ( [betrokkene 3] ), waarin de Hoge Raad op 6 december 2016 uitspraak deed (ECLI:NL:HR:2016:2777, ECLI:NL:HR:2016:2779 en ECLI:NL:HR:2016:2778).
De advocaat-generaal bij het hof heeft beroep in cassatie ingesteld. Mr. H.H.J. Knol, advocaat-generaal bij het ressortsparket te Den Haag, heeft bij schriftuur één middel van cassatie voorgesteld.
Het
middelbehelst de klacht dat het hof zijn beslissing om bewijsuitsluiting toe te passen en de verdachte bijgevolg vrij te spreken heeft gebaseerd op ontoereikende of onbegrijpelijke gronden. Aan het middel is ten grondslag gelegd dat de vrijspraak van de verdachte op dezelfde gronden berust als de in de zaken tegen de medeverdachten [betrokkene 1] , [betrokkene 2] en [betrokkene 3] door het hof gegeven vrijspraken, terwijl de Hoge Raad op 6 december 2016 de in de zaken van die medeverdachten gewezen arresten van het hof heeft vernietigd en de zaken heeft verwezen naar het gerechtshof ’s-Hertogenbosch.
De relevante overwegingen van het hof zijn gelijkluidend aan die in de hiervoor onder 2 genoemde samenhangende zaken waarin de Hoge Raad op 6 december 2016 uitspraak deed, terwijl het middel dezelfde strekking heeft als de middelen in de genoemde zaken. Ik concludeer dan ook dat het middel op de in die arresten vermelde gronden terecht is voorgesteld.
Het middel slaagt.
Behoudens de overschrijding van de redelijke termijn, die het hof na verwijzing in aanmerking kan nemen, heb ik ambtshalve geen gronden aangetroffen die tot vernietiging van de bestreden uitspraak aanleiding behoren te geven.
Deze conclusie strekt tot vernietiging van de uitspraak en tot verwijzing van de zaak naar het gerechtshof ’s-Hertogenbosch opdat de zaak op het bestaande hoger beroep opnieuw wordt berecht en afgedaan.
De Procureur-Generaal
bij de Hoge Raad der Nederlanden

AG