Conclusie
1.De feiten
2.Het procesverloop
wanprestatie door plasvorming?
3.De bespreking van het cassatiemiddel
beantwoording 4a plassen zuid/westzijde en noord/westzijde). Deze plassen zijn ten opzichte van wat vaker wordt waargenomen afwijkend (p. 13,
beantwoording 4b vergelijkbare terreinen). Deze plasvorming wordt ten eerste veroorzaakt doordat er in de noordzijde (waar door [A] werkzaamheden zijn verricht) teveel verhardingsoppervlak is aangesloten op drie kolken. Ten tweede wordt de plasvorming veroorzaakt doordat in de 0,5 m langs de keerwand water blijft staan doordat er in de lengterichting van noord naar zuid geen afschot aanwezig is. Het water stroomt wel van het gebouw af naar de keerwand, maar stroomt vervolgens niet af richting de kolken (p. 13,
beantwoording 4b oorzaken). De advocaat van [A] heeft met betrekking tot de beantwoording van
vraag 4a plassen zuid/westzijde en noord/westzijde)gevraagd (bijlage 9 van het deskundigenrapport) of dit terrein deel uitmaakte van de overeenkomst, zo ja, waarom en welke werkzaamheden dit dan betrof. De deskundige heeft geantwoord dat hij “voor de inhoud van de opdracht [is] uitgegaan van de tekening zoals toegevoegd aan het “Verslag locatie-bezoek””, hetgeen het hof kwalificeert als een bevestiging van de vraag of de gesignaleerde plasvorming plaatsvond op het terrein waar [A] straatwerk had verricht. [8] Tegen dit oordeel van het hof richt het middel geen klacht. Op basis van de (door het hof gekwalificeerde) bevestiging van de deskundige dat plasvorming plaatsvond op het terrein waar [A] straatwerk had verricht; de erkenning van partijen dat de tekening op dit punt juist én het citaat, dat aanvangt met “aan de gehele westzijde loopt een strook van zo’n 6m waar geen werkzaamheden aan zijn verricht”, komt het hof tot het oordeel dat de plasvorming op de westelijke strook, die de deskundige heeft waargenomen tijdens zijn latere bezoeken, plaatsvond op straatwerk dat door [A] is gelegd. Dat nergens in het citaat over plasvorming wordt gesproken, maakt dit oordeel niet onbegrijpelijk. Dat het hof uit het citaat, dat zoals gezegd inhoudt dat op een strook van zo’n 6m geen werkzaamheden zijn verricht, afleidt dat de deskundige rekening heeft gehouden met het feit dat [A] in het roze deel geen werk had uitgevoerd, betreft een uitleg van gedingstukken. Dit is een feitelijke aangelegenheid die in cassatie maar beperkt voor toetsing in aanmerking komt. [9] De klacht faalt.
direct langs de keerwand”.In het deskundigenrapport bevestigt de deskundige dat de plasvorming zich inderdaad voordoet op de strook in figuur 4 en 5 “lokale plasvorming wordt op soortgelijke terreinen vaker waargenomen. Alleen de plassen zoals waargenomen aan de westzijde zijn ten opzichte van wat vaker wordt waargenomen afwijkend. Dit is een lange strook met over de gehele lengte veel plasvorming (
zie Figuur 5 en Figuur 4)”.
in randnummer 6. van de procesinleidingvolgens mij moet slagen, slaagt deze klacht ook met betrekking tot de oordelen van het hof over wanprestatie door plasvorming (rov. 5.12-5.19), de begroting van de waardevermindering (rov. 5.20-5.22), de gebreken die een (partiële) ontbinding rechtvaardigen (rov. 5.23), het verzuim (rov. 5.25), de nadere beoordeling in het incidenteel hoger beroep (rov. 6), de slotsom (rov. 7) en het dictum.