Conclusie
1.Feiten en procesverloop
toedieningscriteriumals een ‘geneesmiddel’ in de zin van de Geneesmiddelenwet moeten worden beschouwd.
eerstegrond houdt in dat (een orgaan van) de Staat, door eiser te waarschuwen voor de handel in melatonine, door de doorzoeking van het bedrijfspand en de woning en door het dagvaarden van eiser voor de politierechter (m.b.t. de melatonine), een duidelijk signaal aan eiser en de vennootschap heeft afgegeven dat zij zonder vergunning niet mogen handelen in melatoninetabletten met meer dan 0,3 mg werkzame stof. Volgens eisers had de Staat dat signaal niet mogen afgeven omdat de Staat niet heeft getoetst of sprake is van een ‘geneesmiddel’ in de zin van de wet, op basis van de criteria die het HvJ EU heeft geformuleerd in voormeld arrest van 15 januari 2009 (Hecht-Pharma). De Staat heeft aldus in strijd gehandeld met het vrije verkeer van goederen.
tweedegrond voor aansprakelijkstelling was dat de Staat in strijd met het gelijkheidsbeginsel handelt door eiser te vervolgen en hem te waarschuwen voor de gevolgen van het handelen in melatonine, hoewel een gedoogbeleid bestond en andere handelaren in melatonine ongemoeid werden gelaten. (Deze tweede grondslag speelt in cassatie geen rol meer.)
Causaal verband
2.Bespreking van het cassatiemiddel
chilling effect’; dat de Staat zou profiteren van zijn eigen onrechtmatige daad; dat strafrechtelijke beginselen zoals de onschuldpresumptie, het
nemo tenetur-beginsel en het legaliteitsbeginsel worden geschonden door eisers het bewijsrisico te laten dragen ten aanzien van de causaliteitsvraag.
feitelijkzou zijn overgegaan tot vervolging en de strafzaak aan de strafrechter zou hebben voorgelegd, na eerst de producten te hebben laten onderzoeken in overeenstemming met de criteria in het arrest Hecht-Pharma. Die vraag heeft het hof bevestigend beantwoord.