Conclusie
middelklaagt dat het hof een onjuiste uitleg heeft gegeven aan het bestanddeel ‘opzettelijk in hulpeloze toestand heeft gelaten’, althans dat dit bestanddeel niet uit de gebezigde bewijsmiddelen kan worden afgeleid.
wistdat haar beide zoontjes door [betrokkene 3] werden mishandeld. De steller van het middel betoogt dat de wetenschap van de mishandelingen van [betrokkene 1] en [betrokkene 2] door [betrokkene 3] in de periode vóór 20 februari 2014 niet uit de door het hof gebruikte bewijsmiddelen blijkt. Als de verdachte al enige wetenschap hieromtrent heeft gehad, betrof dat de omstandigheid dat [betrokkene 3] ruw met zijn kinderen omging, zonder dat zij wetenschap had dat dat gedrag (mogelijk) tot letsel bij de kinderen leidde, aldus het middel. Wat betreft de periode vanaf 20 februari 2014 wordt betoogd dat als ervan wordt uitgegaan dat de verdachte zich bewust was van de aanmerkelijke kans dat de kinderen grote risico’s liepen, daarmee nog niet sprake was van de aanvaarding van die kans, waardoor hooguit sprake was van bewuste schuld en niet van voorwaardelijk opzet.
ruwmet de kinderen omging hiertoe onvoldoende is en de verdachte pas op 20 februari 2014 voor het eerst letsel bij de kinderen heeft gezien, faalt het gelet op het navolgende.