Conclusie
middelklaagt dat het hof het beroep op noodweer heeft verworpen vanwege het ontbreken van een noodweersituatie, terwijl het hof daarbij een onjuiste maatstaf heeft aangelegd, althans de verwerping onbegrijpelijk althans onvoldoende heeft gemotiveerd.
NJ1932, p. 617, waarin iemand een dreigende houding tegen de verdachte aannam, waarop de verdachte, bevreesd dat hij zou worden aangevallen, zelf tot de aanval was overgegaan. De Hoge Raad overwoog in deze zaak aldus:
dreigendewederrechtelijke aanranding kan immers een noodweersituatie opleveren, aldus het middel.