Uitspraak
1.Geding in cassatie
2.Beoordeling van het middel
3.Beslissing
9 juli 2019.
Hoge Raad
De zaak betreft een cassatieberoep van een verdachte tegen een arrest van het Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden van 27 oktober 2017. De verdachte werd veroordeeld voor bedreiging met zware mishandeling, zoals bedoeld in artikel 285 van Pro het Wetboek van Strafrecht.
In hoger beroep voerde de verdachte aan dat sprake was van noodweer, een strafuitsluitingsgrond. Het hof verwierp dit verweer omdat niet was voldaan aan de voorwaarden van een noodweersituatie. De verdachte stelde daarop cassatieberoep in bij de Hoge Raad.
De Hoge Raad heeft het cassatieberoep beoordeeld en geoordeeld dat het middel geen aanleiding geeft tot cassatie. Er is geen noodzaak tot nadere motivering omdat het middel geen rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of rechtsontwikkeling oproept. Het beroep wordt daarom verworpen.
Het arrest is gewezen door de vice-president en twee raadsheren en uitgesproken tijdens een openbare terechtzitting op 9 juli 2019.
Uitkomst: De Hoge Raad verwerpt het cassatieberoep en bevestigt de veroordeling wegens bedreiging met zware mishandeling zonder toepassing van noodweer.