Conclusie
2.Bespreking van het cassatiemiddel
op21 november 2011 (de datum van de mondelinge behandeling in het executiegeschil [26] ) niet (langer) in staat was de gewenste bankgarantie te stellen en dat [eiseres] geen feiten of omstandigheden heeft gesteld op grond waarvan kan worden vastgesteld dat zij
in de periode vóór21 november 2011 wel in staat was geweest de bankgarantie te stellen, zodat causaal verband tussen het (gestelde) onrechtmatig handelen in de zin van het niet-ingaan op een aangeboden bankgarantie en de schade ontbreekt. Laatstgenoemd oordeel kan de afwijzing van de vordering van [eiseres] , voor zover deze is gegrond op het niet-ingaan op een aangeboden bankgarantie, zelfstandig dragen.