Uitspraak
gevestigd te Rotterdam,
wonende te [woonplaats],
1.Het geding in feitelijke instanties
2.Het geding in cassatie
3.Beoordeling van het middel
4.Beslissing
26 juni 2015.
Hoge Raad
In deze zaak stond de vraag centraal of een curator in faillissement de koopsom kan terugvorderen die door de koper op de rekening van een derde partij is betaald. De curator, handelend namens de failliete tandartsenpraktijk, stelde dat de betaling onverschuldigd was en beriep zich op het recht van terugvordering.
De rechtbank Dordrecht en het gerechtshof Den Haag hebben eerder geoordeeld dat de derde partij geen partij is bij de koopovereenkomst en dat de betaling aan die derde niet bevrijdend is voor de koper. Het hof wees de vordering van de curator af. De curator stelde cassatieberoep in bij de Hoge Raad.
De Hoge Raad verwijst naar de eerdere vonnissen en het arrest van het hof en overweegt dat de klachten van de curator geen aanleiding geven tot cassatie, mede omdat de klachten niet leiden tot rechtsvragen die van belang zijn voor de rechtseenheid of rechtsontwikkeling. Het beroep wordt verworpen en de curator wordt in de kosten veroordeeld, die nihil zijn vastgesteld.
Uitkomst: Het cassatieberoep van de curator wordt verworpen en de vordering tot terugvordering van de koopsom afgewezen.