ECLI:NL:HR:2015:1744

Hoge Raad

Datum uitspraak
26 juni 2015
Publicatiedatum
25 juni 2015
Zaaknummer
14/03085
Instantie
Hoge Raad
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Civiel recht
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Cassatie
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 81 lid 1 ROArt. 6:32 BWArt. 6:33 BWArt. 6:34 BWArt. 6:203 BW
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Hoge Raad bevestigt afwijzing cassatie bij terugvordering koopsom betaald aan derde

In deze zaak stond de vraag centraal of een curator in faillissement de koopsom kan terugvorderen die door de koper op de rekening van een derde partij is betaald. De curator, handelend namens de failliete tandartsenpraktijk, stelde dat de betaling onverschuldigd was en beriep zich op het recht van terugvordering.

De rechtbank Dordrecht en het gerechtshof Den Haag hebben eerder geoordeeld dat de derde partij geen partij is bij de koopovereenkomst en dat de betaling aan die derde niet bevrijdend is voor de koper. Het hof wees de vordering van de curator af. De curator stelde cassatieberoep in bij de Hoge Raad.

De Hoge Raad verwijst naar de eerdere vonnissen en het arrest van het hof en overweegt dat de klachten van de curator geen aanleiding geven tot cassatie, mede omdat de klachten niet leiden tot rechtsvragen die van belang zijn voor de rechtseenheid of rechtsontwikkeling. Het beroep wordt verworpen en de curator wordt in de kosten veroordeeld, die nihil zijn vastgesteld.

Uitkomst: Het cassatieberoep van de curator wordt verworpen en de vordering tot terugvordering van de koopsom afgewezen.

Uitspraak

26 juni 2015
Eerste Kamer
nr. 14/03085
Hoge Raad der Nederlanden
Arrest
in de zaak van:
mr. Jan Jaap SCHELLING, in zijn hoedanigheid van curator in het faillissement van [betrokkene 1], h.o.d.n. tandartsenpraktijk [A],
gevestigd te Rotterdam,
EISER tot cassatie,
advocaat: mr. M.J.E. Harmsen,
t e g e n
[verweerster],
wonende te [woonplaats],
VERWEERSTER in cassatie,
niet verschenen.
Partijen zullen hierna ook worden aangeduid als de curator en [verweerster].

1.Het geding in feitelijke instanties

Voor het verloop van het geding in feitelijke instanties verwijst de Hoge Raad naar de navolgende stukken:
a. de vonnissen in de zaak 88059 \ HA ZA 10-2583 van de rechtbank Dordrecht van 27 oktober 2010 en 5 oktober 2011;
b. het arrest in de zaak 200.098.178/01 van het gerechtshof Den Haag van 4 maart 2014.
Het arrest van het hof is aan dit arrest gehecht.

2.Het geding in cassatie

Tegen het arrest van het hof heeft de curator beroep in cassatie ingesteld. [verweerster] heeft een anticipatie-exploot uitgebracht. De cassatiedagvaarding en het anticipatie-exploot zijn aan dit arrest gehecht en maken daarvan deel uit.
Tegen [verweerster] is verstek verleend.
De zaak is voor de curator toegelicht door zijn advocaat.
De conclusie van de Advocaat-Generaal M.H. Wissink strekt tot verwerping van het beroep.

3.Beoordeling van het middel

De in het middel aangevoerde klachten kunnen niet tot cassatie leiden. Dit behoeft, gezien art. 81 lid 1 RO Pro, geen nadere motivering nu de klachten niet nopen tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.

4.Beslissing

De Hoge Raad:
verwerpt het beroep;
veroordeelt de curator in de kosten van het geding in cassatie, tot op deze uitspraak aan de zijde van [verweerster] begroot op nihil.
Dit arrest is gewezen door de raadsheren A.M.J. van Buchem-Spapens, als voorzitter, G. Snijders en M.V. Polak, en in het openbaar uitgesproken door de raadsheer G. de Groot op
26 juni 2015.