Conclusie
- op of omstreeks 9 februari 2009 een totaalbedrag van 1.000.000,00 EURO op rekeningnummer [rekeningnummer 1] ten name van [A] en
- op of omstreeks 9 februari 2009 een totaalbedrag van 1.000.000,00 EURO op rekeningnummer [rekeningnummer 2] ten name van [B]
verworven en voorhanden gehad, zulks terwijl hij, verdachte, en zijn mededaders wisten, dat die geldbedragen geheel of gedeeltelijk -onmiddellijk of middellijk- afkomstig waren uit enig misdrijf.”
Verder bevinden zich in het dossier processen-verbaal van afgeluisterde telefoongesprekken. Hieruit komt het volgende beeld naar voren. De verdachte heeft in de weken voorafgaand aan de overboekingen op 9 februari 2009 veelvuldig contact onderhouden met [betrokkene 2] en [betrokkene 6] .
Uit het proces-verbaal van de door de politie gemaakte telefoonanalyse blijkt dat zij onder andere de volgende contacten hebben gehad:
- Op 22 januari 2009 om 12:51 uur werd [betrokkene 2] gebeld door de verdachte. In dit gesprek werd duidelijk dat de verdachte op dat moment over vier (mobiele) telefoons beschikte: Verder bespraken zij de zaak die maandag moest gaan draaien en noemden zij hierbij zeer grote bedragen. Voorts vertelde de verdachte dat als de zaak maandag niet zou draaien, hij alles kwijt zou raken en wederom 150.000 euro zal moeten betalen. Om 19:29 uur diezelfde dag ontvangt [betrokkene 2] van [betrokkene 5] een sms bericht met daarin de vraag: ‘
Gaat het maandag zonder wijzigingen gewoon door? Graag bericht.’
- Op zondag 25 januari spraken [betrokkene 2] en de verdachte telefonisch met elkaar. In dit gesprek zei de verdachte:
'Ik denk dat ik een stuk levensonderhoud betaal. ... Alleen ik ga er vanuit dat ik zoveel geld uit krijg dat ik er alles aan doe om het in stand te houden. En om er voor te zorgen dat het komt.'
- Maandag 26 januari 2009 om 9:07 uur droeg de verdachte [betrokkene 2] op om ‘de advocaat’ (het hof begrijpt: [betrokkene 5] ) te zeggen dat het enkele dagen is uitgesteld vanwege een intern probleem waaraan zij niets kunnen doen.
- Woensdag 28 januari 2009 om 19:38 uur werd de verdachte gebeld door [betrokkene 2] . De verdachte zei: ‘
De zaak gaat nog een paar weken duren.' en
’Geld regelen voor het weekend is geen punt.’. [betrokkene 2] zei tegen de verdachte: ‘(
dat) de verdeelsleutel voor [verdachte] (het hof begrijpt: de verdachte) nu wel beter moet gaan uitpakken dan eerst geregeld. Zo niet, dan regelt [betrokkene 2] dat wel’. De verdachte heeft hierop geantwoord dat hij ook vindt dat er over de verdeelsleutel weer onderhandeld moet worden.
- Zondag 1 februari 2009 om 13:37 uur vroeg [getuige 2] aan [betrokkene 2] of de verdachte haar kan bellen, zij zou morgen die centen krijgen van de verdachte.
- Maandag 2 februari 2009. De verdachte moest om 10:00 uur bij zijn advocaat zijn. Verder was er die dag veelvuldig contact tussen de verdachte en [betrokkene 6] en tussen de verdachte en [betrokkene 2] . De verdachte ging in de avond naar Amsterdam en zijn mobiele telefoon peilde uit in de buurt van de woning van [betrokkene 6] . Ondertussen informeerde de verdachte om 22:21 uur bij [betrokkene 2] of hij nog niets van hem heeft gekregen. [betrokkene 2] antwoordde ontkennend. [betrokkene 2] vroeg of de verdachte daar geweest is. De verdachte antwoordde dat hij daar nu is geweest.
- Dinsdag 3 februari 2009 om 15:03 uur werd de verdachte gebeld door [betrokkene 2] . De verdachte zei: ‘
Ze komen naar Maastricht. De partij die niet wil is vanavond in Maastricht. Ik heb niets aan een miljoen ik moet miljoenen hebben. Vanmorgen heb ik ze aan de telefoon gehad. De man wil 150 boeken. Ik heb het geld teruggeboekt.’
Later die dag, om 20:19 uur hadden de verdachte en [betrokkene 2] wederom contact. Uit dit contact volgt dat de verdachte verlegen zat om die bankrekening van [betrokkene 2] (het hof begrijpt: [betrokkene 2] ). De verdachte had vanavond een minder prettige meeting met die mannen gehad. Ze waren niet lastig. Iemand moest over zijn hart strijken. Ze treffen elkaar morgen.
Een halfuur na het telefoongesprek van de verdachte en [betrokkene 2] , heeft de verdachte telefonisch contact gehad met [betrokkene 6] .
- Woensdag 4 februari 2009. [betrokkene 6] stuurde een email aan de verdachte met de volgende inhoud: ‘
Niemand denkt dat jij iets steelt, maar ik werk al 10 jaar met deze standaard swift die iedereen behalve hem kan inlezen. Ik ben elke dag aan de slag intern en daar is het geld weg ook volgens de externe bank managers. Ik ben de laatste die zou insinueren dat ik alles goed heb gedaan en jij niet dus doe dat ook met naar mij toe. [betrokkene 1] (het hof begrijpt: [betrokkene 1] ) wil alleen weten wat er mis is gegaan en that’s it want volgende week draait de zaak K.’
Om 10:20 uur stuurde [betrokkene 2] een SMS aan de verdachte dat hij hem moest bellen. De chinees had gebeld en de advocaat. Gedurende de dag was er contact tussen de verdachte en [betrokkene 6] en tussen [betrokkene 6] en [betrokkene 1] . In de avond, 19:25 uur, hadden [betrokkene 2] en de verdachte contact. [betrokkene 2] vroeg aan de verdachte of hij het morgen doet als hij de pasjes heeft. De verdachte antwoordde dat hij het niet wist of hij het dan zou doen of maandag. De verdachte moest hem bellen, hij moest weten dat hij daarmee een probleem kon krijgen. Drie minuten later, 19:28 uur, belde de verdachte [betrokkene 2] en deelde hem het volgende mede: ‘
Hij doet dat zeker niet vóór maandag, hij zegt als ik het maandagmorgen heb dan is dat tijd genoeg, ik doe het wel, 100%, maar ik ben er twee dagen niet op dat adres; wat hij precies doet weet ik ook niet. Laat hem maar op zijn gemak naar het ziekenhuis gaan. Vanavond komen die mannen weer.’ Om 21:00 uur spraken [betrokkene 2] en de verdachte af dat zij contact met elkaar zouden opnemen als die geweest is.
- Donderdag 5 februari 2009. Tussen 9:43 en 11:01 uur hadden de verdachte en [betrokkene 6] meerdere malen telefonisch contact. Om 11:17 uur werd de verdachte gebeld door [betrokkene 2] . De verdachte zei: ‘
De mannen zijn gisteravond geweest, het gaat door op korte termijn, welke dag is nog niet bekend. Vanaf nu heb ik de leiding en zij niet meer. Ik praat maandag met die man. In principe gaat hij dan boeken die maandag. Voor dit tijd moeten we op papier hebben rekeningnummers, namen.’ [betrokkene 2] antwoordde dat hij ze alle vijf zal geven. De verdachte reageerde: ‘
En de BIC-codes, alles.’ Later die dag hadden de verdachte en [betrokkene 6] telefonisch contact met elkaar.
- Vrijdag 6 februari 2009, zaterdag 7 februari 2009 en zondag 8 februari 2009 hadden de verdachte en [betrokkene 6] telefonisch contact met elkaar.
- De dag dat het totale bedrag van € 2.000.000 op 9 februari 2009 werd overgeboekt van de Stichting naar de bankrekeningen gelieerd aan [betrokkene 5] , werd aanzienlijk frequenter en langer getelefoneerd tussen de verdachte en [betrokkene 6] en tussen de verdachte en [betrokkene 2] dan op de dagen daarvoor en daarna.
De verklaring van de verdachte dat zijn rol beperkt was en dat hij partijen enkel met elkaar in contact heeft gebracht, acht het hof niet geloofwaardig. Het hof acht bewezen dat de verdachte is gevraagd om € 2.000.000 wit te wassen en dat hij een wezenlijke, af en toe ook leidende rol heeft gespeeld om dit te realiseren. De verdachte heeft [betrokkene 2] ingezet om het contact met [betrokkene 5] , die ‘de advocaat’ werd genoemd, te onderhouden zodat hij zelf achter de schermen kon opereren. Het hof vindt hiervoor bevestiging in de weergaven van de telefoongesprekken waaruit volgt dat [betrokkene 2] de advocaat moet informeren en dat [betrokkene 2] de rekeninggegevens moet aanleveren. Verder meldt de verdachte op 5 februari 2009 dat hij (nu) de leiding heeft. Ook leidt het hof uit de mededeling op diezelfde dag ‘in principe gaat hij dan boeken die maandag’ af dat de verdachte op de hoogte werd gehouden van het tijdstip waarop het geld vanaf de rekening van de Stichting zou worden afgeboekt en dat het de verdachte was die het contact onderhield met [betrokkene 6] en [betrokkene 1] . De verdachte onderhandelde over de opbrengst die hij zou krijgen voor zijn medewerking en de Amsterdamse groep hield hem verantwoordelijk voor het welslagen van de witwasoperatie in Limburg. Het hof acht, gelet op het voorgaande, bewezen dat de verdachte een intellectuele bijdrage van wezenlijke betekenis heeft geleverd aan het witwassen zodat sprake is van medeplegen.
Het verweer van de verdediging, dat de verdachte enkel zou hebben bemiddeld tussen de Amsterdamse groep en [betrokkene 2] en aldus hoogstens sprake zou zijn van medeplichtigheid is, gelet op het voorgaande in het bijzonder op de telecommunicatie tussen de verdachten en andere betrokkenen, volstrekt niet aannemelijk geworden.”
eerste middelklaagt dat van witwassen alleen sprake kan zijn als (in casu) het geldbedrag afkomstig is van een aan het witwassen
voorafgaandmisdrijf.
tweede middelklaagt over de kwalificatie van het bewezenverklaarde als witwassen, “nu het hof heeft vastgesteld dat verdachte tezamen en in vereniging met anderen geldbedragen heeft verworven en voorhanden heeft gehad, terwijl het hof ook heeft vastgesteld dat die geldbedragen onmiddellijk afkomstig zijn uit een eerder door verdachte en anderen gepleegde verduistering, zodat de kwalificatie en strafoplegging onvoldoende met redenen zijn omkleed”.
uit enig misdrijf.