Conclusie
2.Bespreking van het cassatiemiddel
onderdelen 1 en 2zijn gericht tegen rov. 3.2-3.5.
subonderdeel 1.1is deze vooropstelling niet relevant, maar is relevant dat [eiseres] cliënte was van ABN AMRO en dat de incasso-opdracht van ABN AMRO aan de curator tot gevolg heeft gehad dat de curator in de door hem tegen [eiseres] geëntameerde incassoprocedure is opgetreden als middellijk vertegenwoordiger van ABN AMRO.
subonderdeel 1.3ook niet relevant omdat vaststaat dat de curator op 8 augustus 2011, dan wel 6 september 2011, een incasso-opdracht met betrekking tot de gepretendeerde vordering van [betrokkene 1] op [eiseres] heeft gekregen en dat hij in het kader van die opdracht het verkregen vonnis bij de rechtbank Dordrecht bij voorraad heeft geëxecuteerd.