ECLI:NL:PHR:2019:1449

Parket bij de Hoge Raad

Datum uitspraak
17 december 2019
Publicatiedatum
12 februari 2020
Zaaknummer
18/03411
Type
Conclusie
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Afwijzend
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 28 Wet beëdigde tolken en vertalersArt. 28.4 Wet beëdigde tolken en vertalersArt. 81 RO
Verwijzingen
5 uitgaand · 1 inkomend
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Gebruik van niet-geregistreerde tolk tijdens hoger beroep strafzaak zonder geldige reden

De verdachte is bij arrest van het gerechtshof Den Haag veroordeeld tot 24 maanden gevangenisstraf wegens verkrachting. Tijdens het hoger beroep maakte het hof gebruik van een tolk die niet was ingeschreven in het Register beëdigde tolken en vertalers, omdat een geregistreerde tolk in de Tunesische taal niet tijdig beschikbaar was. De tolk legde de vereiste eed af en vertaalde de zitting.

De verdediging voerde in cassatie aan dat het gebruik van deze niet-geregistreerde tolk in strijd met de wet was, dan wel dat de motivering voor het gebruik onvoldoende was. Uit het proces-verbaal blijkt echter dat de verdediging ter terechtzitting geen bezwaar maakte tegen het gebruik van deze tolk, terwijl daartoe gelegenheid was.

De Hoge Raad oordeelt dat een dergelijk verweer niet voor het eerst in cassatie kan worden ingebracht en verwerpt het middel. Tevens zijn er geen ambtshalve gronden voor vernietiging van het arrest. Daarmee blijft het bestreden arrest in stand.

Uitkomst: Het cassatiemiddel dat klaagt over het gebruik van een niet-geregistreerde tolk wordt verworpen en het arrest van het hof blijft in stand.

Conclusie

PROCUREUR-GENERAAL

BIJ DE

HOGE RAAD DER NEDERLANDEN

Nummer18/03411
Zitting17 december 2019

CONCLUSIE

D.J.M.W. Paridaens
In de zaak
[verdachte],
geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1982,
hierna: de verdachte.
De verdachte is bij arrest van 26 juli 2018 door het gerechtshof Den Haag wegens “verkrachting” veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van 24 maanden. Voorts heeft het hof de vordering van de benadeelde partij gedeeltelijk toegewezen en de verdachte een schadevergoedingsmaatregel opgelegd, een en ander als bepaald in het bestreden arrest.
Namens de verdachte heeft mr. R.I. Kool, advocaat te Maastricht, één middel van cassatie voorgesteld.
Het middel
3.1.
Het middel klaagt dat tijdens de terechtzitting in hoger beroep in strijd met de wet gebruik is gemaakt van een niet in het Register beëdigde tolken en vertalers ingeschreven tolk, zonder dat daaraan een geldige reden ten grondslag lag, althans dat de reden voor afwijking van de afnameplicht onvoldoende is gemotiveerd.
3.2.
Het proces-verbaal van de terechtzitting in hoger beroep van 12 juli 2018 houdt, voor zover van belang, het volgende in:
“Ter terechtzitting is aanwezig [betrokkene 1], geboren op [geboortedatum] 1966, wonende te [plaats], tolk in de Tunesische taal, die niet in het Register beëdigde tolken en vertalers is ingeschreven. Nu een in het Register ingeschreven tolk in deze taal niet (tijdig) beschikbaar was, wordt al hetgeen ter terechtzitting is gesproken of voorgelezen door voornoemde tolk vertolkt. Alvorens met zijn werkzaamheden aan te vangen, legt de tolk in handen van de voorzitter op de bij de wet voorgeschreven wijze de eed af dat hij zijn taak naar zijn geweten zal vervullen.
[…]
Als raadsvrouw van de verdachte is ter terechtzitting aanwezig mr. C.C. Peterse, advocaat te 's-Gravenhage.
[…]
De raadsvrouw voert het woord tot verdediging overeenkomstig haar overgelegde en aan dit proces-verbaal gehechte pleitnotities.
In aanvulling daarop voert de raadsvrouw aan:
Omdat het hof de laatste feitelijke instantie is, wilde cliënt graag worden bijgestaan door een tolk. Hij hoopte dat hij daardoor beter zijn visie op de zaak zou kunnen overbrengen. Hij heeft er geen rekening mee gehouden dat dit vragen zou oproepen of afbreuk aan de betrouwbaarheid van zijn verklaringen zou doen. Cliënt blijft bij zijn eerder afgelegde verklaringen.
3.3.
Vooropgesteld dient te worden dat het proces-verbaal van de terechtzitting de kenbron is van hetgeen ter terechtzitting is voorgevallen. [1] Uit het proces-verbaal van de terechtzitting in hoger beroep blijkt dat aldaar de raadsvrouw van de verdachte aanwezig was. Tevens blijkt uit dat proces-verbaal dat reeds bij de aanvang van de terechtzitting is medegedeeld dat de aldaar aanwezige tolk niet in het Register beëdigde token en vertalers is ingeschreven, dat als reden voor het gebruik van deze tolk is opgegeven dat een in het Register ingeschreven tolk in de Tunesische taal niet (tijdig) beschikbaar was en dat de aanwezige tolk ter terechtzitting is beëdigd. Uit het proces-verbaal van de terechtzitting blijkt niet dat door of namens de verdachte bezwaar is gemaakt tegen (de motivering van) het ter terechtzitting gebruikmaken van de werkzaamheden van deze, niet in het Register beëdigde tolken en vertalers ingeschreven, tolk, terwijl de verdediging, gezien het moment waarop de mededelingen ter terechtzitting werden gedaan, daartoe wel de gelegenheid had. [2] Gelet hierop kan het middel niet tot cassatie leiden, omdat een dergelijk verweer niet voor het eerst in cassatie kan worden gevoerd.
3.4.
Het middel faalt.
4. Het middel faalt en kan worden afgedaan met de aan art. 81, eerste lid, RO ontleende motivering.
5. Ambtshalve heb ik geen gronden aangetroffen die tot vernietiging van de bestreden uitspraak aanleiding behoren te geven.
6. Deze conclusie strekt tot verwerping van het beroep.
De procureur-generaal
bij de Hoge Raad der Nederlanden
plv. AG

Voetnoten

1.A.J.A. van Dorst,
2.Vgl. bijvoorbeeld HR 5 juni 2007 ECLI:NL:HR:2007:AZ8360,