Conclusie
4.Het eerste middel
NJ2007/387 m.nt. Buruma (
Promis I)). De Hoge Raad heeft als volgt uiteengezet hoe deze werkwijze zich verhoudt tot de wettelijke motiveringsvereisten:
5.Het tweede middel
ofin of omstreeks de periode van 10 oktober 2010 tot en met 31 december 2010 in Sint Maarten,
(een)aangifte
(n
)loonbelasting ten name van [verdachte] over maanden van het jaar 2006 en
/of
(een)aangifte
(n
)loonbelasting ten name van [verdachte] over maanden van het jaar 2007 en
/of
(een)aangifte
(n
)loonbelasting ten name van [verdachte] over maanden van het jaar 2008 en
/of
(een)aangifte
(n
)loonbelasting ten name van [verdachte] over maanden van het jaar 2009 en
/of
(een)aangifte
(n
)loonbelasting ten name van [verdachte] over maanden van het jaar 2010,
een ofmeerdere van voornoemde aangifte
(n
)onjuist
en/of onvolledigheeft gedaan
en/althans heeft laten doen door [betrokkene 1] en/of [betrokkene 2] en/of [betrokkene 3] en/of (een) medewerk(st)er(s) van [verdachte] , in elk geval (een) ander(en) dan zij, verdachte en/of haar mededader(s),
/hebbenzij, verdachte,
)opzettelijk
op/in
het/de/deze naar de Inspecteur der belastingen
of de Belastingdienstin Sint Maarten
ingeleverde/gezonden aangifte
(n
), te weten het/de formulier(en) “Tax return form for payment of wage tax, contribution A.O.V./A.W.W. and contribution algemene verzekering bijzondere ziektekosten” (telkens) een te laag
(belastbaar
)bedrag, opgegeven en/of vermeld
en/althans door die/een ander(en) doen of laten opgeven en/of vermelden,
(telkens
)het gevolg zou kunnen zijn dat nadeel voor de Nederlandse Antillen
en/of het land Sint Maarten kon ontstaan,”.
dieaangiften te begrijpen. Uit het bepaalde in artikel 1 van Pro de Algemene landsverordening landsbelastingen volgt dat die verordening alleen van toepassing is op de daar genoemde belastingen en dus niet op de premies volksverzekeringen. Het oordeel dat de tenlastelegging in die zin moet worden uitgelegd vindt steun in het feit dat de redactie van de tenlastelegging van feit 1 ook voor het overige is toegesneden op de strafbaarstelling in de Algemene landsverordening landsbelastingen (artikel 49) en niet op de strafbepalingen in de desbetreffende landsverordeningen inzake de heffing van premies volksverzekeringen.
6.Het derde middel
BNB2017/162 m.nt. Albert houdt het volgende in omtrent de strafrechtelijke kwalificatie van een fiscaal pleitbaar standpunt: [9]