In cassatie kan van de volgende feiten worden uitgegaan:
(i) [betrokkene 1] was sinds 1961 mede-eigenaar van [het pand] (hierna het pand). Dit pand is een Rijksmonument en bestaat uit een bedrijfsruimte op de begane grond met bestemming café/restaurant en daarboven woningen.
(ii) Eisers in cassatie zijn vennoten van de vennootschap onder firma Mena Gringo VOF. Per 1 april 2002 is eiser in cassatie sub 1 in de plaats gesteld van de toenmalige huurder van de begane grond van het pand en heeft daarmee de per 19 juni 2000 gesloten huurovereenkomst voor de duur van vijf jaar ingaande op 1 juni 2000 voortgezet. De huurovereenkomst is aansluitend met vijf jaar verlengd.
(iii) De huurders drijven sinds de indeplaatsstelling een Argentijns steakrestaurant in het gehuurde.
(iv) In 2010 hebben [betrokkene 1] en de huurders een nieuwe huurovereenkomst gesloten met betrekking tot de begane grond ingaande per 1 juni 2010 voor de duur van vijf jaar met, behoudens opzegging, voortzetting voor de duur van nog eens vijf jaar. De aanvangshuurprijs bedroeg toen € 47.250 op jaarbasis.
(v) Op 30 augustus 2011 heeft de gemeente Amsterdam een casco-funderingsonderzoek uitgevoerd aan het pand. Op 6 januari 2012 heeft zij rapport uitgebracht en het kwaliteitsniveau van de fundering op IV bepaald. Verder heeft zij een voorzieningenlijst opgesteld van herstelwerkzaamheden die aan het pand zouden moeten plaatsvinden, zoals onder meer vervangen/herstellen van de fundering, de vloerbalken en het dak, en metselwerkzaamheden.
(vi) Daarop heeft [betrokkene 1] onderzoek verricht en een omgevingsvergunning aangevraagd. Op 27 augustus 2013 heeft de gemeente Amsterdam een vergunning aan [betrokkene 1] verleend om de door hem voorgenomen verbouwingswerkzaamheden ad € 512.000 te realiseren. Onderdeel van dit bouwplan is dat de kelder wordt verbouwd tot volwaardige bedrijfsruimte (keuken, opslag, toiletruimte), een tussenverdieping wordt gecreëerd in het achterhuis met een hoogte van meer dan drie meter en gebruik kan worden gemaakt van de tuin achter het pand. De vloeroppervlakte van de begane grond neemt hierdoor toe met circa 50%.
(vii) Bij brief van 8 april 2013 heeft de beheerder van [betrokkene 1] aan de huurders onder meer bericht:
‘(...) Wegens dringend noodzakelijk onderhoud aan de fundering zeggen wij hierbij de huur op. De bedrijfsruimte zal na de fundering intern worden gerenoveerd en de indeling zal hierbij gewijzigd worden.
Vanzelfsprekend is verhuurder bereid in om in overleg te treden met u voor het aangaan van een nieuwe huurovereenkomst. Tevens kan de indeling dan samen met u tot stand worden gebracht. (...)’
(viii) Bij brief van 17 mei 2013 heeft de gemachtigde van de huurders onder meer bericht niet in te stemmen met de huuropzegging.
(ix) Vervolgens hebben onderhandelingen tussen partijen plaatsgevonden.
(x) Bij brief van 8 juli 2013 heeft de beheerder van [betrokkene 1] namens hem een voorstel gedaan aan de huurders, te weten:
‘9. (...) is hij bereid de overeenkomst met een termijn van vijf + vijf jaar voort te zetten indien en voor zover uw cliënte bereid is om in te stemmen met de onderstaande voorwaarden van het voorstel dat uw cliënte:
a. medewerking verleent aan de renovatiewerkzaamheden, neerkomende op onder meer doch niet uitsluitend het opnieuw opmetselen van de voor-, zij en achtergevels, het aanbrengen van stabiliteitsvoorzieningen aan de voor-, zij en achtergevels en de daken, het vervangen van de vloerbalken van de kelder, het aanbrengen van brandwerende materialen, het vernieuwen van de fundering, het vernieuwen van de vetput (en riolering), het vervangen van alle (verouderde) electra en het verplaatsen van de afzuiginstallatie;
b. de exploitatie van het gehuurde gedurende de (renovatie) werkzaamheden tijdelijk staakt, waarbij afstand wordt gedaan van het eventuele recht op vergoeding en/of schade;
c. akkoord gaat met een nieuwe marktconforme huurprijs, thans begroot op € 76.000 per jaar (€ 550 per m2), met ingang van de casco oplevering van het gehuurde; en
d. de kosten draagt voor de af- en inbouw van het gehuurde, nadat het gehuurde casco aan haar is opgeleverd.
10. Gelet op het bovenstaande biedt [betrokkene 1] voorts aan de kosten te vergoeden van een binnenhuisarchitect (begroot op maximaal 2 uren) die in samenspraak met uw cliënte en [betrokkene 1] een ontwerp van de af- en inbouw zal opstellen (...). Hierbij merkt [betrokkene 1] op dat de af- en inbouw alsmede de nieuwe inventaris moeten aansluiten bij de toekomstige uitstraling die [het pand] na de (renovatie) werkzaamheden zal hebben.
(...)
11. Graag verneem ik uiterlijk 25 juli 2013 van u of cliënte instemt met de beëindiging van de huurovereenkomst dan wel instemt met het schikkingsvoorstel, zoals dit is gedaan in de alinea’s (...) 9 en 10.’
(xi) De kosten van de post onder 9 sub d werden begroot op € 120.000.
(xii) [betrokkene 1] heeft voorgesteld om op 1 juni 2015 met de werkzaamheden te beginnen. Dit hebben de huurders geweigerd omdat in het zomerseizoen de meeste omzet zou worden gegenereerd, maar zij hebben in juli 2015 aangeboden het pand ten behoeve van de werkzaamheden per 1 oktober 2015 te ontruimen.
(xiii) De huurders hebben een waardebepaling overgelegd van Duijn Horecamakelaars waarbij zij de waarde van het restaurant op 8 juli 2015 heeft bepaald op € 400.000.
(xiv) Op 28 december 2017is het pand door onder meer [betrokkene 1] overgedragen aan Stichting Albert Staete (hierna: ‘de stichting’). Kort daarna is [betrokkene 1] overleden.