Conclusie
PROCUREUR-GENERAAL
BIJ DE
HOGE RAAD DER NEDERLANDEN
CONCLUSIE
middelklaagt over het oordeel van het hof dat de vordering tot uitlevering van verdovende middelen niet door de cautie vooraf diende te worden gegaan, dan wel over de motivering van de verwerping van het verweer dat de vordering tot uitlevering – nu er feiten en omstandigheden waren die een redelijk vermoeden van schuld rechtvaardigen − pas had mogen volgen nadat de cautie was gegeven.
Het hof overweegt als volgt.