ECLI:NL:PHR:2018:977
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkheid verdachte in cassatie wegens ontbreken middelen
De verdachte is door het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden veroordeeld tot een gevangenisstraf van vier maanden wegens diefstal door twee of meer verenigde personen met braak en inklimming, waarbij sprake was van recidive binnen vijf jaar. Tevens is de tenuitvoerlegging van een eerder voorwaardelijk opgelegde gevangenisstraf gelast.
Hoewel namens de verdachte tijdig beroep in cassatie is ingesteld en de aanzegging van het cassatieberoep geldig is betekend, zijn er geen middelen van cassatie ingediend binnen de wettelijke termijn zoals voorgeschreven in artikel 437, tweede lid, Sv. Hierdoor kan de verdachte niet worden ontvangen in het cassatieberoep.
De conclusie van de Procureur-Generaal bij de Hoge Raad is dan ook dat de verdachte niet-ontvankelijk moet worden verklaard in het cassatieberoep. Er is sprake van samenhang met andere zaken, maar ook daarin zal dezelfde conclusie worden getrokken.
Uitkomst: Verdachte wordt niet-ontvankelijk verklaard in het cassatieberoep wegens het niet indienen van middelen van cassatie.