Conclusie
2. hij op 14 december 2012 te Hoofddorp, gemeente Haarlemmermeer, opzettelijk aanwezig heeft gehad (in een pand aan [b-straat 1] ) 230 hennepplanten, zijnde hennep een middel als bedoeld in de bij de Opiumwet behorende lijst II;
3. hij in de periode van 1 juli 2012 tot en met 14 december 2012 te Nieuw-Vennep, gemeente Haarlemmermeer, opzettelijk en wederrechtelijk in een door hem, verdachte, gehuurde woning aan de [a-straat 1] , een of meer kozijn(en) en/of wand(en) en/of vloer(en) en/of plafond(s), geheel of ten dele toebehorende aan [betrokkene 1] , heeft vernield en/of beschadigd, door een of meer ra(a)m(en) dicht te timmeren en/of te kitten en/of een of meer gat(en) in/door (een) wand(en) en/of (een) plafond(s) te maken en/of (een grote hoeveelheid) water langs (een) wand(en) en/of over (een) vloer(en) te laten lopen.”
Dit proces-verbaal houdt in, voor zover van belang en zakelijk weergegeven, als de op 14 december 2012 tegenover verbalisant afgelegde verklaring van de verdachte:
Ik sta ingeschreven op het adres [b-straat 1] te Hoofddorp. Ik woon in Nieuw-Vennep aan de [a-straat 1] . Ik woon alleen op beide adressen.
Dit proces-verbaal houdt in, voor zover van belang en zakelijk weergegeven, als mededeling van verbalisanten:
Op vrijdag 14 december 2012 hebben wij de woning aan de [a-straat 1] te Nieuw-Vennep betreden. Wij zagen dat er een man op een stoel in de woning zat. Wij hebben de man gevraagd of in deze woning hennep wordt vervaardigd. De man gaf aan dat dit gebeurde op de bovenverdieping. Wij troffen op de eerste en tweede etage verschillende kamers aan welke waren ingericht tot hennepplantage. Wij zagen dat de planten in volle bloei waren. In de woning werd vervolgens aangehouden: [verdachte] , geboren op [geboortedatum] 1966 te [geboorteplaats] , woonachtig op de [b-straat 1] te Hoofddorp.
Dit proces-verbaal houdt in, voor zover van belang en zakelijk weergegeven, als mededeling van verbalisant:
Op vrijdag 14 december 2012 begaf ik mij in de woning aan de [a-straat 1] te Nieuw-Vennep en stelde een onderzoek in. Ik zag dat in de slaapkamer op de eerste etage aan de achterzijde een hennepplantage was gebouwd en in werking was. In deze kweekruimte werden 170 hennepplanten geteeld. Ik zag tevens dat de gehele zolderetage was verbouwd en in gebruik was als hennepkwekerij en dat deze in werking was. In deze ruimte stonden 252 hennepplanten.
Dit proces-verbaal houdt in, voor zover van belang en zakelijk weergegeven, als de op 18 december 2012 tegenover verbalisant afgelegde verklaring van [betrokkene 2] :
Mijn zus is de eigenaar van de woning gelegen aan de [a-straat 1] te Nieuw-Vennep, gemeente Haarlemmermeer en de woning is verhuurd aan [verdachte] . Toen ik in de woning kwam, zag ik dat er een in werking zijnde hennepkwekerij geweest was. Ik zag dat in de meterkast de meter was verwijderd. In de meterkast waren ook gaten naar boven geboord. In de eerste slaapkamer waren alle kozijnen dichtgetimmerd met playwoodhout en er zaten veel gaten in alle muren. De vloer was ook beschadigd. De tweede slaapkamer was volgens mij de kweekplaats, er hingen veel lampen aan het plafond en een soort stoppenkast hing aan de wand. De ramen waren dichtgetimmerd en de kozijnen waren vernield. Ik zag dat er in diverse wanden gaten geboord waren om de stroomkabels doorheen te trekken. Tevens was er een groot gat gezaagd in de wand tussen twee slaapkamers. Hier liepen diverse slangen door, die aangesloten waren op een afzuigingsysteem. Ik zag ook dat de vloer was beschadigd. De vloer was opgezwollen van het opzuigen van het water en het water liep langs de muur tot beneden. Bij de derde slaapkamer waren de deurkozijnen dichtgetimmerd en in de vloer kwam veel vocht naar boven. In de badkamer waren ook veel vernielingen. In de hal was het ook dichtgetimmerd en alle muren waren met kitmateriaal afgekit. De trappen waren getimmerd en beschadigd van het kitmateriaal. Op de zolder waren de leuningen van de trappen, de traphekken en de gipswanden verwijderd. Er hing aan het plafond delen van de elektra vastgeschroefd. In het plafond zaten vier grote gaten tot aan de dakpannen van het dak. De hele elektra van het huis is vernield.
Dit proces-verbaal houdt in, voor zover van belang en zakelijk weergegeven, als mededeling van verbalisant:
De verdachte [verdachte] bleek de huurder te zijn van twee woningen en stond ingeschreven volgens het bevolkingsregister op het adres [b-straat 1] te Hoofddorp. In de woning aan de [a-straat 1] werd een kassabon aangetroffen van een bouwmarkt gedateerd in maart 2012 en het betrof aankopen van bouwmateriaal. In maart 2012 was [verdachte] nog geen huurder van de woning in Nieuw-Vennep en derhalve vermoedde ik dat deze aankoopbon mogelijk was bestemd voor aankopen voor het opzetten van een kwekerij op het adres [b-straat 1] in Hoofddorp. Verdachte [verdachte] verklaarde dat er ook in die woning een hennepkwekerij was gebouwd.
Op 14 december 2012 is onderzoek verricht in een pand, gelegen aan de [b-straat 1] te Hoofddorp, gemeente Haarlemmermeer. Nadat ik de deur had geopend, zag ik verbalisant, een in werking zijnde hennepkwekerij in de woning. De kwekerij was ondergebracht in de woonkamer van de woning. In totaal stonden er 206 plantenbakken met daarin totaal 230 hennepplanten.”
eerste middelbehelst de klacht dat het hof het beroep op psychische overmacht ten onrechte, althans onvoldoende gemotiveerd heeft verworpen.
Ter terechtzitting heeft de raadsman – op gronden als nader weergegeven in zijn ter terechtzitting in hoger beroep overgelegde pleitnota – betoogd dat de verdachte dient te worden ontslagen van alle rechtsvervolging wegens psychische overmacht. De raadsman heeft zich op het standpunt gesteld dat de verdachte is bedreigd en onder druk is gezet de beide panden ter beschikking te stellen voor het kweken van hennep.
Evenmin heeft de verdachte de hennepkwekerijen op enig moment anoniem gemeld, eventueel via tussenkomst van een vriend of familielid. De verdachte heeft zelfs zijn vader, die werkzaam is bij de marechaussee, niet ingelicht over de bedreigingen, terwijl hij zegt erg bang te zijn geweest voor de mannen en hoopte dat de hennepkwekerijen door de politie zouden worden ontdekt. Dat de verdachte erg bang was voor zijn bedreigers, staat evenwel haaks op de vele signalen die de verdachte zou hebben gegeven om ontdekt te worden en op zijn gestelde poging de oogst te vernietigen met spiritus. Daar komt bij dat ook uit de sms-contacten die zich in het dossier bevinden niet volgt dat sprake is geweest van enige bedreiging.
Het hof gaat voorbij aan de op 2 juni 2015 ten overstaan van de rechter-commissaris afgelegde getuigenverklaringen van [getuige 1] en [getuige 2] nu deze verklaring eerst bijna 2,5 (jaar, AG) na de bewezenverklaarde periode zijn afgelegd en beide verklaringen (bijna volledig) zijn gebaseerd op hetgeen zij – de getuigen – van de verdachte hebben gehoord. Ook de door de verdediging overgelegde stukken van Mentaalbeheer zijn louter gebaseerd op de verklaring van de verdachte zodat deze stukken evenmin kunnen worden aangemerkt als een objectieve onderbouwing van zijn verhaal.
Het hof verwerpt het verweer. (…)”
Indien door de rechter een beroep op een strafuitsluitingsgrond niet wordt aanvaard, dient het arrest van het hof op grond van art. 358, derde lid, Sv ten aanzien van dat verweer een beslissing te bevatten. Die beslissing moet op grond van art. 358, derde lid, Sv, in verbinding met art. 359, tweede lid Sv, worden gemotiveerd. Beide bepalingen zijn op grond van art. 415 Sv Pro ook in hoger beroep van toepassing. De rechter dient bij de verwerping van het verweer een onderscheid te maken tussen de feitelijke grondslag van het verweer en de juridische implicaties daarvan. [1] Bij het onderzoek naar de feitelijke grondslag van het verweer is beslissend of de aangevoerde feiten en omstandigheden aannemelijk zijn geworden. Een hogere eis mag daaraan niet worden gesteld. [2] Indien de rechter meent dat die feiten of omstandigheden niet de daaraan verbonden of te verbinden juridische conclusie wettigen is sprake van een juridische motivering van de verwerping. In cassatie wordt door de Hoge Raad getoetst of de rechter op de voorgeschreven wijze heeft geantwoord op het verweer. Het voornoemde onderscheid tussen de feitelijke grondslag van het verweer en de juridische implicaties daarvan is daarbij van belang. De Hoge Raad toetst het oordeel van de lagere rechter over de feitelijke grondslag van het verweer op haar begrijpelijkheid. Ten aanzien van de juridische waardering van het verweer wordt getoetst of de rechter de juiste maatstaf heeft aangelegd. [3]
Voor zover het middel erover klaagt dat het hof heeft verzuimd te reageren op vorenbedoeld verweer, faalt het bij gebrek aan feitelijke grondslag.
tweede middelbehelst de klacht dat het hof ten onrechte, althans onvoldoende met redenen omkleed, heeft geoordeeld dat de verdachte zich schuldig heeft gemaakt aan de onder 3 bewezen verklaarde zaaksbeschadiging.
Voor het aanwezig hebben op 14 december 2012 refereer ik mij aan uw oordeel.
(…)
Op basis van de stukken van het strafdossier kan niet worden bewezen dat cliënt de kwekerij heeft aangelegd. Cliënt ontkent dat en er is geen enkel bewijsmiddel in het dossier dat aantoont dat cliënt wel aan het hakken, breken en opbouwen is geweest.
(…)”