Conclusie
veronderstellenderwijser vanuit gaat dat sprake is van een wereldwijd kartel. Deze (rechts)vraag kan worden beantwoord zonder dat zekerheid bestaat over de exacte omvang van het vermeende kartel.’
in abstracto(veronderstellenderwijs) de vraag naar het toepasselijk recht op een schadevergoedingsvordering wegens ongeoorloofde mededinging aan de Hoge Raad voorlegt. In dit geval staat echter de normschending – de strijdigheid van de gemaakte afspraken met het Europese mededingingsrecht – nog niet onherroepelijk vast, omdat tegen het besluit van de Commissie van 16 mei 2017 nog procedures zijn gericht.