ECLI:NL:PHR:2018:1446
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkverklaring verdachte in cassatie wegens niet-indienen middelen
De verdachte is door het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden veroordeeld tot achttien maanden gevangenisstraf wegens medeplegen van oplichting en medeplegen van het openlijk ter verspreiding aanbieden van een auteursrechtelijk beschermd werk.
Tegen dit arrest is tijdig beroep in cassatie ingesteld. De aanzegging van het cassatieberoep is geldig betekend conform artikel 435, eerste lid, Sv. Echter zijn namens de verdachte geen middelen van cassatie ingediend binnen de daarvoor gestelde termijn van twee maanden na betekening.
Artikel 437, tweede lid, Sv bepaalt dat het niet tijdig indienen van middelen leidt tot niet-ontvankelijkheid. De Hoge Raad verklaart de verdachte daarom niet-ontvankelijk in zijn cassatieberoep. De conclusie van de Procureur-Generaal strekt tot deze niet-ontvankelijkverklaring.
Uitkomst: Verdachte wordt niet-ontvankelijk verklaard in cassatie wegens het niet tijdig indienen van middelen.