ECLI:NL:PHR:2018:1446

Parket bij de Hoge Raad

Datum uitspraak
13 november 2018
Publicatiedatum
8 januari 2019
Zaaknummer
17/03410
Type
Conclusie
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Niet-ontvankelijk
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 435 SvArt. 437 Sv
Verwijzingen
3 uitgaand · 1 inkomend
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Niet-ontvankelijkverklaring verdachte in cassatie wegens niet-indienen middelen

De verdachte is door het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden veroordeeld tot achttien maanden gevangenisstraf wegens medeplegen van oplichting en medeplegen van het openlijk ter verspreiding aanbieden van een auteursrechtelijk beschermd werk.

Tegen dit arrest is tijdig beroep in cassatie ingesteld. De aanzegging van het cassatieberoep is geldig betekend conform artikel 435, eerste lid, Sv. Echter zijn namens de verdachte geen middelen van cassatie ingediend binnen de daarvoor gestelde termijn van twee maanden na betekening.

Artikel 437, tweede lid, Sv bepaalt dat het niet tijdig indienen van middelen leidt tot niet-ontvankelijkheid. De Hoge Raad verklaart de verdachte daarom niet-ontvankelijk in zijn cassatieberoep. De conclusie van de Procureur-Generaal strekt tot deze niet-ontvankelijkverklaring.

Uitkomst: Verdachte wordt niet-ontvankelijk verklaard in cassatie wegens het niet tijdig indienen van middelen.

Conclusie

Nr. 17/03410
Zitting: 13 november 2018
Mr. E.J. Hofstee
Conclusie inzake:
[verdachte]
De verdachte is bij arrest van 30 maart 2017 door het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, zittingsplaats Leeuwarden, wegens 1 subsidiair onder A “medeplegen van oplichting, meermalen gepleegd” en 2 subsidiair “medeplegen van het als bedrijf uitoefenen van het plegen van opzettelijk een voorwerp waarin met inbreuk op eens anders auteursrecht een werk is vervat openlijk ter verspreiding aanbieden, meermalen gepleegd", veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van achttien maanden met aftrek van voorarrest.
Er bestaat samenhang met de zaken 17/01813 en 17/01839. Ook in die zaken zal ik vandaag concluderen.
Namens de verdachte is tijdig beroep in cassatie ingesteld. Hoewel de aanzegging als bedoeld in art. 435, eerste lid, Sv geldig is betekend, zijn namens hem geen middelen van cassatie voorgesteld.
Art. 437, tweede lid, Sv schrijft voor dat op straffe van niet-ontvankelijkheid binnen twee maanden na betekening van de aanzegging als bedoeld in art. 435, eerste lid, Sv door een raadsman een schriftuur houdende middelen van cassatie moet worden ingediend. Nu bij de Hoge Raad niet tijdig een schriftuur is ingediend, moet de verdachte niet-ontvankelijk in zijn cassatieberoep worden verklaard.
Deze conclusie strekt tot niet-ontvankelijkverklaring van de verdachte in het beroep.
De Procureur-Generaal
bij de Hoge Raad der Nederlanden
AG