ECLI:NL:PHR:2018:1417
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Afwijzing herzieningsverzoek wegens onverzekerd rijden ondanks verzekeringsverklaring
De aanvrager tot herziening werd door de kantonrechter veroordeeld wegens het rijden zonder verzekering op 20 april 2017. De aanvraag tot herziening stelde dat het voertuig op die datum wel verzekerd was, onderbouwd met een verklaring ex art. 34 WAM Pro van de verzekeraar en een betalingsbewijs.
De Hoge Raad constateert dat dezelfde verzekeringsverklaring reeds vóór het vonnis aan de kantonrechter bekend was, zoals blijkt uit het strafdossier. Hierdoor kan niet worden aangenomen dat de kantonrechter de aanvrager anders zou hebben vrijgesproken als hij deze gegevens had gekend.
Hoewel de bewezenverklaring en de verzekeringsverklaring onverenigbaar lijken, is er geen nieuw feit of nieuw bewijs dat herziening rechtvaardigt. De Hoge Raad wijst daarom het verzoek tot herziening af en wijst op de mogelijkheid van een gratieverzoek.
Uitkomst: Het verzoek tot herziening wordt afgewezen omdat de kantonrechter bekend was met de verzekeringsverklaring die het onverzekerd rijden betwistte.