ECLI:NL:HR:2018:549

Hoge Raad

Datum uitspraak
10 april 2018
Publicatiedatum
10 april 2018
Zaaknummer
17/03789
Instantie
Hoge Raad
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Herziening
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 107 lid 1 WVW 1994Art. 457 Sv
Verwijzingen
4 uitgaand · 3 inkomend
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Afwijzing aanvraag herziening wegens rijden zonder geldig rijbewijs

De zaak betreft een aanvraag tot herziening van een vonnis van de kantonrechter te Almere, waarbij de aanvrager werd veroordeeld wegens het besturen van een motorrijtuig zonder dat hem een rijbewijs was afgegeven. De aanvraag tot herziening stelde dat aan de aanvrager op het moment van de overtreding wel een rijbewijs was afgegeven, onderbouwd met een kopie van het rijbewijs en een schermafbeelding van het rijbewijzenregister.

De Hoge Raad beoordeelde of dit nieuwe bewijs een grond voor herziening kon vormen. Volgens artikel 457 Sv Pro kan herziening alleen worden toegestaan als het nieuwe gegeven bij het eerdere onderzoek niet bekend was en het ernstige vermoeden wekt dat het onderzoek anders zou hebben uitgepakt, bijvoorbeeld met vrijspraak of ontslag van rechtsvervolging.

De Hoge Raad concludeerde dat het bewijs dat aan de aanvrager een rijbewijs was afgegeven, reeds bekend was bij de kantonrechter omdat het dossier de schermafbeelding van het rijbewijzenregister bevatte. Hierdoor was de aanvraag kennelijk ongegrond en werd deze afgewezen.

De Hoge Raad wees de aanvraag tot herziening af en bevestigde daarmee de eerdere veroordeling voor het rijden zonder geldig rijbewijs.

Uitkomst: De Hoge Raad wijst de aanvraag tot herziening af en bevestigt de veroordeling voor rijden zonder geldig rijbewijs.

Uitspraak

10 april 2018
Strafkamer
nr. S 17/03789 H
EC
Hoge Raad der Nederlanden
Arrest
op een aanvraag tot herziening van een in kracht van gewijsde gegaan vonnis van de Kantonrechter in de Rechtbank Midden-Nederland, zittingsplaats Almere, van 13 juni 2016, nummer 96/186541-15, ingediend door M.H. Almoes, advocaat te Amsterdam, namens:
[aanvrager], geboren in [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1985.

1.De uitspraak waarvan herziening is gevraagd

De Kantonrechter heeft de aanvrager ter zake van "overtreding van het bepaalde in artikel 107 lid 1 Wegenverkeerswet Pro 1994" veroordeeld tot hechtenis vandrie weken.

2.De aanvraag tot herziening

De aanvraag tot herziening is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.

3.De conclusie van de Advocaat-Generaal

De Advocaat-Generaal W.H. Vellinga heeft geconcludeerd dat de Hoge Raad de aanvraag zal afwijzen.

4.Beoordeling van de aanvraag

4.1.
Als grondslag voor een herziening kan, voor zover hier van belang, krachtens het eerste lid aanhef en onder c van art. 457 Sv Pro slechts dienen een door bescheiden gestaafd gegeven dat bij het onderzoek op de terechtzitting aan de rechter niet bekend was en dat het ernstige vermoeden wekt dat indien dit gegeven bekend zou zijn geweest, het onderzoek van de zaak zou hebben geleid hetzij tot een vrijspraak van de gewezen verdachte, hetzij tot een ontslag van alle rechtsvervolging, hetzij tot de niet-ontvankelijkverklaring van het openbaar ministerie, hetzij tot de toepassing van een minder zware strafbepaling.
4.2.
De aanvraag heeft betrekking op een vonnis waarbij de aanvrager is veroordeeld ter zake van het besturen van een motorrijtuig op 3 april 2015 te Almere zonder dat aan hem een rijbewijs was afgegeven. In de aanvraag wordt gesteld dat aan de aanvrager op 3 april 2015 wel een rijbewijs was afgegeven. Ter staving van deze stelling zijn bij de aanvraag als bijlagen een kopie van het op naam van de aanvrager gestelde rijbewijs en een afdruk van een schermafbeelding van het rijbewijzenregister overgelegd, beide inhoudende dat aan de aanvrager op 31 maart 2015 een rijbewijs is afgegeven.
4.3.
Van het in de aanvraag aangevoerde kan niet worden gezegd dat de Kantonrechter daarmee niet bekend was. In het dossier waarover de Kantonrechter de beschikking had, bevindt zich immers voornoemde afdruk van de schermafbeelding van het rijbewijzenregister.
4.4.
Uit hetgeen hiervoor is overwogen vloeit voort dat de aanvraag kennelijk ongegrond is, zodat als volgt moet worden beslist.

5.Beslissing

De Hoge Raad wijst de aanvraag tot herziening af.
Dit arrest is gewezen door de vice-president J. de Hullu als voorzitter, en de raadsheren A.J.A. van Dorst en Y. Buruma, in bijzijn van de waarnemend griffier E. Schnetz, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van
10 april 2018.