Conclusie
200(twee honderd duizend) geleend tegen een rente van 5% jaar’s, deze rente geldt voor eerste ƒ 100.000, = per 1 januari 1988 en tweede ƒ 100.000,= per 1 oktober 1988. Als onderpand voor deze bovengenoemde ƒ 200.000, = twee honderdduizend heeft [erflater] zijn onroerende goederen gezet. En bij overlijden van [erflater] kan [verweerder 1] ten alle tijden zijn geld opvragen en de nabestaanden van [erflater] moet deze ƒ 200.000, = in maandelijkse termijnen van ƒ 2000, = p/m met rente afbetalen of zoveel mogelijk meer aflossen. Ook bij in leven zijn van [erflater] kan [verweerder 1] zijn geld ten alle tijden opvragen dan moet er een bevredigende oplossing gevonden worden het zij met een maandelijkse aflossing of een onroerend goed verkopen enz. (...) Deze schuldbekentenis zal bij de oudste broer Johan [verweerder 1] berusten en hij is helemaal op de hoogte van deze lening.”
2.Bespreking van het principale cassatieberoep
onderdeel 2, dat ik dan ook als eerste behandel.
onderdeel 3over het oordeel van het hof in rov. 11 dat in beginsel moet worden uitgegaan van de echtheid van de handtekening en dat voor nadere bewijslevering op dit punt geen plaats is. Volgens het onderdeel heeft het hof hiermee miskend dat voor een zodanig oordeel pas plaats is nadat het bestaan van de echtheid van het (origineel van) het stuk van 1 oktober 1988 [23] zou zijn vastgesteld. Het hof kon niet reeds in het tussenarrest beslissen als geschied, aangezien over de echtheid van het stuk nog geen beslissing was gegeven. Het hof heeft dan ook niet vóór kennisname van de originele akte kunnen beslissen dat in beginsel zou moeten worden uitgegaan van de echtheid van de handtekening en dat er voor nadere bewijslevering op dit punt geen plaats is.
[verweerder 1] een wijziging is aangebracht, kan dan ook niet worden gelijkgesteld met een onderhandse akte, als bedoeld in art. 157 lid 2 Rv Pro.
In principaal en incidenteel appel
3.Bespreking van het incidentele cassatieberoep
had moeten worden gesteld waar, op welk tijdstip en welk bedrag per keer is geleend.
Geldlening 2