ECLI:NL:PHR:2018:1229
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Vernietiging beschikking niet-ontvankelijkheid klaagschrift beslag na sepot
De rechtbank Den Haag verklaarde klaagster niet-ontvankelijk in haar klaagschrift gericht tegen de opheffing van beslag op een broek, omdat het klaagschrift te laat was ingediend na een sepotbeslissing van het Openbaar Ministerie wegens onvoldoende bewijs.
Klaagster stelde cassatieberoep in tegen deze beslissing. De Advocaat-Generaal concludeerde dat de rechtbank onjuist had geoordeeld dat sprake was van een vervolgde zaak zoals bedoeld in artikel 552a lid 3 Sv, terwijl bij een sepot zonder rechterlijke betrokkenheid artikel 552a lid 4 Sv van toepassing is, waardoor een langere termijn geldt voor het indienen van het klaagschrift.
De Hoge Raad vernietigde de bestreden beschikking en verwees de zaak terug naar de rechtbank voor nieuwe behandeling van het klaagschrift binnen de juiste termijn.
Deze uitspraak verduidelijkt de toepasselijkheid van de termijnen voor het indienen van beklag na een sepot en benadrukt het belang van correcte rechtsopvattingen bij ontvankelijkheidsbeslissingen.
Uitkomst: De Hoge Raad vernietigt de beschikking en wijst de zaak terug voor herbehandeling van het klaagschrift binnen de juiste termijn.