Conclusie
verklaring van aangever [betrokkene 1]:
verklaring van verdachte (A):
Parket bij de Hoge Raad
De verdachte werd door het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden veroordeeld wegens meerdere diefstallen, waaronder het wegnemen van twee mobiele telefoons op 21 januari 2016. In de tenlastelegging was abusievelijk de gemeente Huizen als pleegplaats vermeld, terwijl uit de bewijsmiddelen bleek dat het feit in Amersfoort was gepleegd.
De verdachte stelde in cassatie dat de bewezenverklaring niet uit de bewijsmiddelen kon worden afgeleid en dat de onjuiste pleegplaats de bewezenverklaring onrechtmatig maakte. De Hoge Raad oordeelde dat het hof deze vergissing als een kennelijke verschrijving had bedoeld en dat het op de weg van de rechter ligt om dergelijke misslagen te verbeteren, mits de verdediging daardoor niet wordt geschaad.
Omdat de verdachte niet aannemelijk had gemaakt dat hij door de onjuiste pleegplaats in zijn verdediging was geschaad en uit de processtukken bleek dat hij wist waar het feit had plaatsgevonden, was er geen belang bij cassatie. De conclusie van de Procureur-Generaal was dan ook dat het middel terecht was voorgesteld maar niet tot cassatie hoefde te leiden.
Uitkomst: De Hoge Raad verwierp het cassatieberoep en bevestigde de veroordeling ondanks de onjuiste pleegplaats in de tenlastelegging.