Conclusie
1.Feiten en procesverloop
2.Bespreking van het cassatiemiddel
kanworden vastgesteld, is tevens gegeven dat niet is vastgesteld en ook niet
kanworden vastgesteld dat de brand zijn oorzaak heeft in een gebrek in de voederinstallatie, zoals [eiser] stelt en [verweerder] betwist. Dit brengt mee dat de vraag of [verweerder] al dan niet op de hoogte was van een dergelijk gebrek niet relevant is en ook niet of een dergelijk gebrek al dan niet voor risico van [verweerder] als verpachter zou dienen te komen.’
onderdeel 2daarnaast motiveringsklachten tegen de rechtsoverwegingen 7.5 en 7.6.
exacteoorzaak van de brand niet is vastgesteld en ook niet kan worden vastgesteld, gegeven is dat niet is vastgesteld en ook niet kan worden vastgesteld dat de brand zijn oorzaak heeft in een gebrek in de voederinstallatie, veronderstelt dat voor het bewijs dat de brand zijn oorzaak heeft in een gebrek in de voederinstallatie noodzakelijk is dat de
exacteoorzaak van de brand wordt vastgesteld. Indien dit inderdaad zo in de overweging van het hof moet worden gelezen, geeft dat mijns inziens blijk van een onjuiste rechtsopvatting. Volgens de naar mijn inzicht juiste rechtsopvatting geldt namelijk dat ook zonder dat het exacte verloop van de causale keten van gebeurtenissen bekend is, een oorzaak zodanig waarschijnlijk kan zijn, dat van het bestaan van die oorzaak behoort te worden uitgegaan.
exacteoorzaak van de brand wordt vastgesteld. Is echter niet nog een andere lezing van ’s hofs arrest mogelijk? Ik meen [8] dat in discussies omtrent schadeoorzaken een belangrijke rol behoort te spelen of blijkt van de mogelijkheid van een alternatief scenario – waarin de aangesproken partij níét aansprakelijk is – en, zo ja, de mate waarin dat alternatieve scenario aannemelijk is. [9] Indien zo’n alternatief scenario in het geheel niet in beeld is, behoren aan het bewijs geen hoge eisen te worden gesteld. Is zo’n alternatief scenario wel in beeld, dan zal een juiste bewijswaardering vooral neerkomen op een afweging van de waarschijnlijkheid van het ene scenario ten opzichte van die van het andere. Ik zeg ‘vooral’. Indien uitsluitend scenario’s voorgesteld zijn die weinig aannemelijk zijn, is uiteraard niet vanzelfsprekend dat volstaat dat het scenario waarop de vordering jegens de aangesproken partij berust, waarschijnlijker is dan de benoemde alternatieve scenario’s. Terugkerend naar ’s hofs arrest: is de welwillende lezing denkbaar dat het hof van de mogelijkheid van een alternatief scenario is uitgegaan en moet ’s hofs arrest in verband daarmee aldus worden gelezen dat niet kan worden vastgesteld dat het scenario waarop de vordering berust zich heeft voorgedaan, omdat niet kan worden vastgesteld dat dit scenario in relevante mate aannemelijker is dan een alternatief scenario (of eventueel alternatieve scenario’s)? In deze veronderstelde lezing krijgen de woorden ‘de exacte oorzaak van de brand’ in context van de overweging van het hof dus een geheel andere betekenis dan waarvan ik hiervoor uitging.
toeninderdaad uitging van het naast elkaar bestaan van alternatieve scenario’s voor het ontstaan van de schade. Rechtsoverwegingen 4.12 en 4.13 van het tussenarrest houden in:
exacteoorzaak van de brand wordt vastgesteld. Zo gelezen is de inhoud van het tussenarrest dus eventueel juist een bevestiging van de bedoelde lezing van het eindarrest.
hetzelfdevalt te lezen in de door het middel aangevallen rechtsoverweging 7.6 van ’s hofs eindarrest. Uiteindelijk komt het immers daarop aan.
buitende voederinstallatie, maar die optie valt af omdat het hof in rechtsoverweging 7.4 zegt dat het rapport van [A] (wat hetzelfde is als het rapport van [betrokkene 1] ) niet leidt tot een ander inzicht dan dat van I-TEK.
exacteoorzaak wordt vastgesteld. Zoals gezegd is die rechtsopvatting onjuist en slaagt de klacht van subonderdeel 1.1.
niette lezen wat de cassatieadvocaat van [verweerder] daarin wenst te lezen, namelijk een bindende eindbeslissing inhoudende dat het I-TEK-rapport onvoldoende is om vast te stellen dat de brand als gevolg van een gebrek is ontstaan. [14] Reeds uit het gebruik door het hof in die overweging van de woorden ‘expliciet’ en ‘in ieder geval’ in de tweede volzin volgt dat het hof zich een definitief oordeel omtrent die vraag heeft voorbehouden. Het betoog dat nu [eiser] geen beroep heeft ingesteld tegen het tussenarrest, in cassatie tussen partijen onherroepelijk vast staat dat het I-TEK rapport onvoldoende is om vast te stellen dat de brand als gevolg van een gebrek is ontstaan, gaat dus niet op.